![]() |
Deelnemers van de Survival
Beltrum gaan de strijd aan tegen de elementen (foto Henk Oltvoort) Ze doen al de hele
middag hun best om bij de finish van de survival in Beltrum de arriverende
deelnemers bij de laatste hindernis aan te moedigen en hen na het passeren van
de bel nog even te interviewen, Stef Beunk en Liesbeth Franz. Maar als Marcel
Scholten aankomt, gooit Beunk er nog een schepje bovenop. Door Bart Kraan “Waar is Marcel Scholten?”,
vraagt Beunk als hij de survivalatleet uit de Winterswijkse buurtschap Meddo
even uit het oog is verloren als die de laatste hindernis neemt. “Oh, daar heb
je hem, hij komt nu naar beneden”, roept Beunk als hij Scholten weer ziet. Om
hem vervolgens te verzoeken zijn nummer (35) te laten zien. Dat draagt Scholten
niet voor niets. Want hij heeft als enige van het hele deelnemersveld aan alle
35 runs meegedaan, wat de organiserende Stichting Survival Beltrum uiteraard
niet onopgemerkt voorbij laten gaan. “Dit is inderdaad mijn 35ste
keer”, aldus Scholten, die van die 35 runs er 34 heeft uitgelopen. “Vorig jaar
ben ik een kilometer voor de finish uitgestapt. Het was toen koud, zo’n drie,
vier graden, en het regende. Die combinatie nam al mijn energie weg.” De run van afgelopen zondag
loopt Scholten zonder problemen uit. Weliswaar eindigt hij niet in de
voorhoede, zoals in zijn hoogtijdagen, maar wordt op de lange run 205e in
4.57.11. Dat is wel een uitstekende prestatie, omdat hij al 67 jaar is. “Ik ben
er wel tevreden over. Ik heb een regelmatige run gelopen, op gevoel. Dus niet
te snel. Ik kan wel harder lopen, maar dat gaat ten koste van het klimmen.” Scholten heeft dus de hele
geschiedenis van de survival van Beltrum meegemaakt, inclusief het voortraject.
“De eerste twee jaar zijn we over het parcours van de slipjacht gelopen, daarna
kregen we te maken met hindernissen. De eerste echte run was in 1989, die was
dertig kilometer lang. Ik vond dat wel fijn, want ik houd meer van duurwerk,
ben niet zo’n sprinter”, aldus Scholten, die sinds vier jaar alleen maar de
survival in Beltrum loopt. “Voorheen deed ik ieder jaar aan tien runs mee. Maar
nu start ik alleen hier vanwege de fysieke belasting. Als ik elke maand aan een
run meedoe, gaan de jaren wel tellen.” Doet Scholten tegenwoordig aan
aanzienlijk minder runs mee, hij traint evengoed nog redelijk stevig. Hij loopt
drie keer per week hard en werkt twee keer per week een survivaltraining af.
“En ik fiets veel. Ik ga graag met twee anderen op fietsvakantie. Daarvoor ben
ik in onder meer in Japan en Mongolië geweest. Daar gingen we op de bonnefooi
naar toe, hebben van tevoren niets geregeld. Voor zoiets moet je wel goed met
een kompas kunnen omgaan en goed kunnen navigeren.” Scholten is voorlopig nog niet
van plan het survival-bijltje erbij neer te gooien. “Lichamelijk gaat het me
goed. Soms denk ik wel eens aan stoppen, maar aan de andere kant vind ik het
nog hartstikke leuk. Dus ik denk dat ik nog wel een paar jaar doorga.” Gevarieerd parcours Ook voor deze 35ste editie
heeft de Stichting Survival Beltrum een gevarieerd parcours samengesteld.
Weliswaar heeft de organisatie vanwege de lage temperatuur besloten dat de
deelnemers aan de lange run van 23 kilometer nabij de Lintveldseweg niet de Slinge
hoeven te doorwaden, er blijven genoeg uitdagingen voor hen over. Zoals bij de
vlakbij gelegen Pinnekesbrug waar de atleten de beek moeten oversteken door
over balken te kruipen die met touwen onder aan de brug zijn bevestigd. “Dat is
heel zwaar”, zegt vrijwilliger Monique Jeremic die de atleten uitlegt hoe ze
deze hindernis moeten nemen. “Je moet die balken naar je toe trekken, pas dan
kun je verder. Niet gemakkelijk.” De atleten die hier mistasten,
lopen het risico alsnog in het water te belanden. Dat is ook het geval bij
andere plekken waar de deelnemers de Slinge moeten oversteken. Zoals bij de
hindernissen 15 en 21 (gelegen bij de kruising Kappermaatsweg-Kooiveldlaan) die
respectievelijk slingerend van touw naar touw (met daarna nog een net) en
kruipend over de beek gespannen kabels moeten worden genomen. Kans op spektakel
dus. En dat is bekend bij de survivalfans die de run in Beltrum vaker hebben
bezocht. Ze zijn dan ook in groten getale op deze hindernissen afgekomen. Velen
van hen komen op de fiets en leveren dus zelf een behoorlijke prestatie. Niet
om de afstand, want die valt nog wel mee. Maar wel vanwege de gladde paden. “Ik
ben al een keer gevallen”, is dan ook een opmerking die nog wel eens valt. Maar niet alleen de
hindernissen waarbij de deelnemers de Slinge moeten oversteken, leveren de
toeschouwers het nodige kijkplezier op. Ook de hindernissen vlakbij de finish,
waarvan een aantal ook voor de deelnemers aan de halve run is bestemd, andere
alleen voor degenen die aan de korte run meedoen, staan garant voor spektakel.
Met als letterlijk hoogtepunt hindernis 60, de laatste voor de finish. Vrijwel
alle deelnemers hebben dan hun kruit al behoorlijk verschoten. Maar
aangemoedigd door Stef Beunk en Liesbeth Franz leveren ze nog een uiterste
krachtsinspanning om vervolgens opgelucht de finishbel aan te tikken en de tent
binnen te gaan voor een aantal versnaperingen. Die smaken Teun Geessinck uit
Eibergen heel goed. Want hij wint het Nederlands kampioenschap op de lange run,
een titelstrijd die de Stichting Survival Beltrum heeft toegewezen gekregen
vanwege het 35-jarig jubileum. De in Beltrum geboren Geessinck boekt daarmee,
na overwinningen in Neede en Leeuwarden, zijn derde zege van dit seizoen en
doet goede zaken in het klassement voor 2025-2026. “We werken negen wedstrijden
af, waarvan er vijf voor je eindklassering meetellen. Dan is het lekker dat je
in ieder geval al drie van die vijf runs gewonnen hebt”, vertelt Geessinck,
vorig jaar ook al winnaar in Beltrum. Voor hem en de concurrentie staan er nog
drie runs op het programma, die in Gendringen (februari), het Friese De Knipe
(eind mei) en Harreveld (medio juni). Hij heeft er zondag wel wat
voor moeten doen, want de afstand met de concurrentie is maar klein. Geessinck
finisht in 2.30.05 en blijft daarmee Harm Otteker (2.30.51) en Arjan Veenstra
(2.31.57) net voor. “De concurrentie was
groot, want de meeste kanonnen deden wel mee. De hele run liepen acht man vlak
achter me. Een aantal had ik al eens verslagen, maar anderen niet”, aldus
Geessinck die twee dagen voor de run ook een behoorlijke krachtinspanning heeft
geleverd. “Vrijdagavond belandde tussen Beltrum en Eibergen een aantal auto’s
in de sloot. Heb ik met een aantal mensen die auto’s eruit gedrukt.” Heel wat minder tevreden over
zijn prestatie is Thom van Capellen uit Mariënvelde, winnaar van de runs van
2023 en 2024. Hij laat een tijd van 2.41.57 noteren en wordt daarmee slechts
dertiende. Van Capellen geeft naderhand ruiterlijk toe dat hij niet best heeft
gepresteerd. “De tank is leeg, vandaag zat er niet veel in. Ik ben wel eens een
kwartier sneller geweest”, aldus Van Capellen, die wel een oorzaak kan
aanwijzen. “Ik wil het eigenlijk niet als excuus gebruiken. Maar ik heb sinds
drie maanden een kind, dus ik moet mijn energie ergens anders aan besteden.”
De atleet uit Mariënvelde
spreekt dan ook van een tussenseizoen, waarin hij niet om de prijzen meedoet.
“Dit is niet wat ik wil, maar ik moet het accepteren. De verschillen met de
anderen zijn dit seizoen groot en dat is wel eens lastig. Het is schakelen.
Hopelijk kan ik volgend seizoen wel weer goed trainen en dan een rol van
betekenis spelen.” (bron) |

Geen opmerkingen:
Een reactie posten