Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Argentinië. Alle posts tonen

donderdag 29 januari 2015

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 65

Een bezoek aan La Bombonera', het schitterende stadion van Boca Juniors, dat midden in de arbeiderswijk La Boca staat, mag je ook niet missen
De laatste stop

Buenos Aires, de laatste stop van mijn reis. Raul plakt er nog lekker een maand of 5 aan vast, maar voor mij zit er niet veel anders op dan over enkele dagen mijn koffers te pakken. Wat een maand van de 'Nederlandse enclave' Tres Arroyos, waar veel familie van Raul woont, trokken we naar het belachelijk mooie zuiden. De kraakheldere meren en de bergen met hun sneeuwtoppen doen niet onder voor het Zwitserse landschap. Het relaxte hippiedorp El Bolsón, dat midden tussen twee bergketens ligt, zal ik nooit vergeten. Vanuit het zuiden maakten we de oversteek naar de pinguins, zeeleeuwen en zeeolifanten aan de oostkust. De badplaats Puerto Madryn maakte weinig indruk, maar het nabijgelegen schiereiland Peninsula Valdés was daarentegen fantastisch. Uren kun je daar ronddwalen zonder iemand tegen te komen. De dieren maken in dit beschermde natuurgebied hier de dienst uit. We hebben erg veel gezien, maar om dit bizar grote land helemaal te zien, heb je een paar maanden extra nodig. Argentinië is maar liefst 67 keer groter dan Nederland.

Nu, Buenos Aires. Een stad met 3 miljoen inwoners. ( De metropool Buenos Aires Groot: 15 miljoen). Je hebt in deze stad totaal niet het idee dat je 15.000 kilometer van huis bent. Dit kan ook niet anders; de stad is volledig op Europa gefixeerd. "Het Parijs van Zuid-Amerika'. Een titel die ze absoluut niet kunnen waarmaken want in tegenstelling tot Parijs stikt het hier van de hoogbouw. De stad heeft een groot deel van haar gebouwen 'gekopieerd' van de Fransen, Spanjaarden en Italianen. Buenos Aires heeft zo weinig van zichzelf waardoor het toch een eigen karakter heeft.

De contrasten zijn in deze vreemde stad onmetelijk groot. Naast een schitterend 19e eeuws paleis staat een moderne wolkenkrabber van een grote multinational. En naast een flat van 28 verdiepingen kan zomaar een twee-onder-een-kapwoning staan. 'Wie betaalt, bepaalt', is hier de gewoonte. Als dat ten koste gaat van de wijk, lijkt niet uit te maken. Arn en rijk komen elkaar in deze metropool overal tegen. Voor de portiek van een vijfsterrenhotel ligt een straatarm gezin op een versleten matrasje. De armoede brengt ook een stuk 'gezelligheid' met zich mee. In de metro probeert een vingerfluitende opa, die nog goed op de hoogt is van het WK van '78, een paar pesos bij elkaar te schraggelen. Op het zebrapad van de AV 9 de Julio, de breedste avenue van de wereld, voert een jongen een kunstig voetbalshowtje op. Tijdens het wachten voor het rode verkeerslicht, staan de glazenwassers en drankjesverkopers al voor je in de rij.

Op straat zie je vooral de toeristen. De inwoners van Buenos Aires ontvluchten in hun vakantie de hitte (vaak warmer dan 35 graden) en trekken massaal naar Mar del Plata, dé badplaats van Argentinië. Een stadje met een half miljoen inwoners dat in de zomermaanden plots 2 miljoen toeristen over de vloer krijgt.

Is het dan allemaal één groot feest? Nee. Als sportfreak is het mijn natte droom om ooit de superclàsico Boca Juniors - River Plate bij te wonen. (Voor de vrouwen, dit is een voetbalwedstrijd tussen twee rivalen uit Buenos Aires). Wat treft, tijdens mijn verblijf spelen ze tegen elkaar! Ik houd het bijna niet meer, ik moet tockets hebben. Maar je voelt het al aankomen, die kaartjes heb ik nooit gekregen. Omdat alle fans aan de kust zitten, hebben ze besloten om de wedstrijd ook maar in Mar del Plata te spelen. Een mini domper op de feestvreugde.

Nu ik dit schrijf zitten we ruim een week in de hoofdstad.  Je kunt hier moeiteloos een halfjaar blijven, maar die mogelijkheid hebben we helaas niet. Toch hebben we alles uit ons verblijf gehaald. Een absolute aanrader zijn de 'free city walks'. Een 'local' vertelt in 3 uur zoveel mogelijk over een gedeelte van de stad. Je komt zo op plekken waar je nooit komt en je leert een klein beetje meer over de historie en de cultuur van een stad.(alle grote steden doen dit. Kijk op de website van tripadviser) Na de tour bepaal je zelf wat je betaalt. Een bezoek aan La Bombonera', het schitterende stadion van Boca Juniors, dat midden in de arbeiderswijk La Boca staat, mag je ook niet missen. Als de enige niet-spaanssprekenden, al spreekt Raul de taal al aardig, kregen wij een soort privé rondleiding door het stadion.De stad heeft zo verschrikkelijk veel te bieden voor een ontzettende lage prijs. Vond ik de rest van het land vrij prijzig, de hoofdstad is hier de uitzondering op.

Nu kap ik af, want ik heb eigenlijk helemaal geen tijd en zin om hier mijn tijd te verkwanselen aan een columnpje!

Tot volgende week

donderdag 22 januari 2015

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 64

De hardloopschoenen zien voor het eerst daglicht
Het is zondagavond 18 januari, een historisch moment in onze rondreis door Argentinië dient zich aan: "Zullen we gaan hardlopen", vraagt Raul. Ik heb de afgelopen paar weken geen enkele behoefte gevoeld om te gaan lopen, maar natuurlijk zeg ik, een tikkie verrast, volmondig ja. Maar het is alsof de duvel er mee speelt. De afgelopen 11 jaar heeft het niet geregend aan de oostkust van Argentinië, maar wij presteren het om in een onweersbui te belanden. Een kort maar krachtig hardloopavontuur waar niet het zweet maar de regen ons een nat pak bezorgd.

De oostkust; Puerto Madryn om precies te zijn. We zijn nog steeds in Pategoniē in de provincie Chubut. Puerto Madryn, een middelgrote stad met ruim 100.000 inwoners. Het langgerekte zandstrand is een trekpleister voor, met name, Argentijnse vakantiegangers. Terwijl in Nederland de 'Elfstedenkoorts' inmiddels weer zijn intrede doet, is in Puerto Madryn zon, zee en strand momenteel business as usual. Over het strand slenterend vallen vooral de vele dikke vrouwen en de voet volleyende jongens op. Het spelletje jeu de boules kent hier een eigen variant, tejo genoemd.  Het speelveld is een stuk kleiner en de 'boules' hebben plaatsgemaakt voor gekleurde schijfjes. Het spel wordt, in tegenstelling tot de Franse variant, niet alleen door stoffige opaatjes met alpinopetjes gespeeld, maar door jong en oud.

De Argentijn mag hier misschien komen voor een luie strandvakantie, wij komen hier voor de dieren. Daarvoor reizen we af naar het schiereiland Penisula Valdés. Het eiland, ongeveer zo groot als de provincie Zuid-Holland staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO. Het beschermde natuurgebied heeft een unieke collectie aan dieren en planten. Maar voordat je bij de dieren bent, rijd je eerst een paar uur over een zandweg. Aan beide kanten zie je een grote dorre vlakte. Af en toe duikt er een schaap op, maar voor de rest is er zover als je kunt kijken niets te zien. Het gebied is in handen van 56 boeren, die allen afzonderlijk  over een land beschikken dat groter is dan 10.000 hectare. De boeren hebben allen één en hetzelfde doel: de export van schapenwol. Nu alle inzittenden van de 'excursie bus' door het rustgevende en eentonige landschap in slaap zijn gesukkeld, komen we aan bij de dieren. Een grote kolonie zeeleeuwen, een groep pinguïns, enkele aardsluie zeeolifanten en verscheidene bijzondere landdieren zijn de voornaamste bewoners van het eiland. Tot de maand december zijn er ook walvissen en orka’s te aanschouwen. De enthousiaste gids geeft leuke en interessante info over de flora en fauna van het eiland. De pinguïns naderen de bezoekers tot minder dan een meter en de, voornamelijk slapende en luierende, zeeleeuwen en zeeolifanten zijn van af een afstandje te beschouwen. Het schiereiland kent slechts één stadje, Puerto Pirámides.

Aan de andere kant van Puerto Madryn kun je een groep van 1 miljoen pinguïns vinden. De komische loopvogels nemen in het 'pinguïndorp' ruim 290 hectare in beslag. Omdat je tijdens een reis af en toe keuzes moet maken, hebben wij deze plek niet bezocht.

De stad Puerto Madryn is overigens geen plek waar je direct het Latijns-Amerikaanse gevoel van krijgt. In het centrum, is buiten een groot arsenaal aan eettentjes, weinig te beleven. De stad komt in aanmerking voor het kleinste en lelijkste kunstmuseum van deze planeet en de lange brede straten geven deze industriestad een grauw tintje. Het dinosaurusmuseum in het nabij gelegen dorp Trelew is interessant maar alles behalve spectaculair. Door de rijke natuur is een bezoek van een aantal dagen toch de moeite waard.

Ons hostel, La Tosca, heeft de allure van een hotel. Een lekker ontbijt met versgebakken taart en cake wordt iedere ochtend door het vriendelijke personeel geserveerd. Een nachtje in dit hostel kost je amper 15 euro. De mensen die overigens denken dat Argentinië een goedkoop land is, komt van een koude kermis thuis. De prijzen zijn te vergelijken met die in Nederland. Door de drukte in La Tosca moesten we één nacht uitwijken naar een ander hostel. Hier deelden we een kamer met twee knotsgekke en schaamteloze sokkenhandelaars. Kennen jullie het fenomeen 'meezingen met koptelefoon op'? Eén van onze roomies gaf dit valse gejengel, midden in de nacht, een andere dimensie. Af en toe trok hij de koptelefoon uit zijn mobiel om ons, ongevraagd, mee te laten genieten van de Spaanstalige herrie.  Hoewel de twee zorgden voor een boel hilariteit, was een goede nachtrust ver te zoeken. Het hostel had nog een probleempje: de badkamerdeur kon niet op slot. Terwijl ik mij net even zat te ontspannen op het toilet, stormde er een meisje van een jaar of vijf de badkamer binnen. Na een vriendelijk 'hola' en een smerig glimlachje van haar kant, liet ze mij volledig beschaamd achter.

Als Geert dit bericht op zijn, buitengewoon populaire site plaatst, zijn wij op weg naar mijn laatste bestemming: Buenos Aires! Hier kijk ik erg naar uit. De tango laten we voor wat die is, maar voor de rest gaan we deze stad grondig onderzoeken. Eerst alleen nog even een busreisje van 18 uur.

Adios!!

ps: Heeft iedereen zich al opgegeven voor de Track & Field Cross?

donderdag 15 januari 2015

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 63

Geen berg te hoog in Pategonie
Als Nederland 15 duizend kilometer buiten je bereik ligt, wil het nog wel eens voorkomen dat een column een paar dagen later de Nederlandse grens passeert. Geert vertelde mij vorige week dat ik nog nooit een deadline had gemist, maar eens moet, helaas, de eerste keer zijn. Katja heeft ongetwijfeld een geweldig stuk op papier gezet en hier ben ik haar natuurlijk erg dankbaar voor.

Nou, waar hangen we uit? Terwijl ik dit schrijf zitten Raul en ik in een schilderachtige omgeving op zo'n 1500 meter hoogte. Ik zit in een prachtige houten stoel en naast me staat een pulletje bier. Zonder schuim, dat is hier de normaalste zaak van de wereld. We hebben zojuist (woensdag 18.49 uur lokale tijd) een pittige bergwandeling gemaakt. Het hoogtepunt was een gletsjer met een wonderschoon meer dat werkelijk 'tekenfilm' blauw was. De klim naar de gletsjer was op zijn zachtst gezegd spectaculair. De stenen schoten onder je schoenen vandaan. Af en toe moest er gebukt worden voor een losschietende steen van je voorganger. Als je tijdens de klim rondkijkt weet je niet wat je ziet. Aan de ene kant een waterval die langs de berg naar beneden klettert en aan de andere kant de eeuwige sneeuw. We verblijven deze nacht, net als eerder deze week, in een hutje in de bergen. De adembenemende omgeving en de ontspannen Argentijnse sfeer maken een verblijf hier tot één groot feest.

Als we de kaart van het immense Argentinië erbij pakken, bevinden wij ons in het zuidwesten. In de streek Pategoniē nabij het plaatsje El Bolsón. De Chileense grens ligt binnen handbereik. Hier maken de hippies de dienst uit. Overal in het dorpje zie je mannen met dreadlocks en vrouwen met lange rokken. Dagelijks verkopen de Hippies hun zelfgemaakte spulletjes op de druk bezochte Hippiemarkt. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit op zo'n ontspannen plek ben geweest. Onze eerste kennismaking met El Bolsón was minder florissant. De overnachting in 'Joe Hostel' was een verbijsterend avontuur. We sliepen in een kamer met zes personen. Een raam ontbrak en ook een fatsoenlijke ventilatie was in geen velden of wegen te bekennen. De wc-bril viel van ellende uit elkaar, het doucheputje was gewoon een gat in de vloer en de knotsgekke eigenaar van de bouwval was tot half 3 in de nacht bezig met het verven van de vloer.

Gelukkig heeft Raul nog enkele bijzonder gastvrije familieleden in El Bolsón, waar we enkele nachten mogen verblijven. Voordat we aan de eerste van onze 2 wandeltochten, met overnachting, begonnen hebben wij Lago Pueblo bezocht. Een groot meer met kraakhelder water dat je zonder problemen kunt drinken. Vanaf een paar honderd meter hoogte heb je een uitzicht over het meer om je vingers bij af te likken.

De eerste tocht voert ons door een groot bos langs de Rio Azul (de blauwe rivier). Geen loodzware tocht, maar door de prachtige rivier en de vele uitkijkpunten meer dan de moeite waard. Deze nacht verbleven we in een hutje in het bos. Met 103 gasten was de 'refougio', zoals de hutjes hier worden genoemd, tot de nok gevuld. Volgens 1 van de werknemers, die zich zienderogen zorgen maakte over de drukte, was het nog nooit zo vol in El Retenal, de naam van het verblijf. Na een nachtje bij Rauls familie was het tijd voor tocht twee, de klim naar de gletsjer. Zoals ik eerder al aangaf, een indrukwekkende ervaring. Overigens zagen we in de bossen van El Bolsón ook geregeld 'trailmannetjes' voorbij komen, dus Henrie, André of Heinie, misschien is een bezoek aan Argentinië iets voor jullie?

Voordat we El Bolsón aandeden, hebben we enkele dagen in de toeristische trekpleister Bariloche gebivakkeerd. Hoewel de omgeving beeldschoon is, viel de stad ons beide een beetje tegen. De commercie heeft het hier inmiddels duidelijk voor het zeggen. Als jullie dit lezen, zitten wij waarschijnlijk in de bus richting Puerto Madrym aan de oostkust. Geen bergen en sneeuw, maar orca's, walvissen pinguïns en natuurlijk; de Atlantische oceaan.

Adios

Ps. de hardloopschoenen zijn de koffer nog niet uit geweest.


donderdag 8 januari 2015

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 61

Op 4 januari hebben we een verlate Nieuwjaarsduik genomen in de Atlantische oceaan, heerlijk
De kop is eraf!

Als op 2 januari om 22.30 uur, na een vertraging van anderhalf uur, mijn vliegtuig vanaf de Polderbaan vertrekt besef ik daadwerkelijk dat het avontuur is begonnen. Een maand lang ga ik samen met mijn goede vriend Raul Griffioen rondtrekkend door het op één na grootste land van Zuid-Amerika; Argentinië. Raul heeft veel familie in Argentinië, die deel uitmaken van een groep Nederlanders die halfweg de 20e eeuw emigreerden naar het land. Raul is al vanaf september in Argentinië en heeft in die tijd veel op de boerderij gewerkt en een groot deel van zijn familie bezocht.

Voordat ik het vliegtuig instap maak ik kennis met Annie en Leo Vink. Annie is de oudtante van Raul en zei kan mij veel vertellen over de Argentijnse cultuur. Een bijzonder lief echtpaar dat mij, een totaal onervaren reiziger, overal bij helpt.

Als ik de strenge Argentijnse douane ben gepasseerd staat Raul me al op te wachten. Ook zijn vader, die een maand bij zijn familie verblijft en een oom, Richard, verwelkomen me hartelijk. Vanaf het vliegveld van Buenos Aires is het een klein stukje rijden naar het huis van oom Richard. Ach ja een klein stukje, dik 500 kilometer maar dat stelt hier blijkbaar niks voor. Even om het in perspectief te plaatsen: alleen de provincie Buenos Aires is al acht keer groter dan Nederland.

Onderweg naar de 'Nederlandse enclave' Tres Arroyos, maak ik kennis met een aantal Argentijnse gewoontes. Bijvoorbeeld het drinken van Maté. Een klein kopje wordt voor de helft gevuld met een soort theeblaadjes, sherpa genoemd, en bijgevuld met heet water. Via een ijzeren rietje wordt de maté naar binnen gewerkt. Het is niet zo dat iedereen een eigen kopje heeft, nee hoor, het kopje wordt steeds doorgegeven naar een ander persoon. Het Hollandse - één koekje bij de thee - kennen ze hier ook niet,  de koekjes gaan er met rollen tegelijk doorheen. Had ik trouwens al gezegd dat het hier overdag een graad of dertig is? Bij dezen, het is hier heerlijk weer. Op 4 januari hebben we een verlate Nieuwjaarsduik genomen in de Atlantische oceaan, heerlijk. Maar dit terzijde

Een ander, geheel niet vervelend gebruik, in Argentinië zijn de twee warme maaltijden op één dag. Hier zijn ze niet zo van de aardappels-groente-vleesmaaltijd, hier houden ze het gewoon bij vlees, vlees en nog eens vlees. Voor een halve kilo per dag draaien ze zich hier de hand niet om. Een gewoonte waar ik wel aan kan wennen. Het avondmaal wordt overigens pas rond een uur of half 11 in de avond opgediend.

Het boerenleven is in de provincie Buenos Aires, waar de hoofdstad zelf geen deel van uitmaakt, de belangrijkste inkomstenbron. Richard bewerkt 1200 hectare land. Dus je begrijpt dat ik het hier niet over een hobbyboertje heb. Overal waar je kijkt zie je de schitterende goudkleurige tarwevelden of de groene sojaplanten. De wijdheid van dit land is bijna niet te bevatten. Johan, ook een oom van Raul, woont met zijn vrouw Paula, drie kinderen en vier honden op een boerderij een halfuur buiten Tres Arroyos. Hier verblijven we een nachtje. Het valt me op dat de kinderen in een oorverdovende stilte en een ongelooflijke ruimte opgroeien. De oudste zoon, slechts tien jaar, draait moeiteloos mee op het boerenbedrijf. Hij is van alles op de hoogte en rijdt zelfs met een tractor die een laadbak van twintigduizend kilo voortsleept, over het platteland. Het valt ook op dat de kinderen van Johan en Paula het Nederlands niet machtig zijn. Het lijkt erop dat de oorspronkelijke Nederlanders langzamerhand échte Argentijnen worden.

Zoals jullie merken raak ik niet uitgepraat over het overweldigende begin van onze reis. Eén ding moet ik nog even melden. Het gaat over het kustplaatsje Reta. Een geweldig dorpje. Als je vanaf de snelweg, die er hier fantastisch bij ligt, Reta binnenrijdt, houdt het asfalt ineens op. Je gaat plots vijftig jaar terug in de tijd. Midden tussen de duinen staan een aantal huisjes, verder is er weinig te beleven. Maar dan staat daar, op een plek waar het onmogelijk lijkt, een bowlingcentre. Het mooie aan deze bowlingbaan is dat de kegels door een mannetje weer recht overeind worden gezet. De beste man verstaat zijn vak uitstekend, want binnen no time staan de kegels weer overeind. Voor degenen die het interesseren,  ik kwam uiteraard als winnaar uit de strijd.

Terwijl ik dit type, zitten we in een ongelooflijk luxe bus die ons naar het in het zuidwesten gelegen Bariloche brengt, een reis van pakweg 1200 kilometer. Eigenlijk gaat de reis nu écht beginnen. Of ik daar internet heb, is maar de vraag. Het zal mij verbazen dat dit verhaal jullie ooit bereikt!.

Adios!