Posts tonen met het label Spakenburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spakenburg. Alle posts tonen

zaterdag 18 juli 2020

Rondje Nijkerkernauw en de Arkemheense polder

Stoomgemaal Arkemheen
Vanuit ons vakantiepark Bad Hulckesteijn dat is gelegen aan het Nijkerkernauw, vertrek ik rond 19.00 uur voor mijn eerste vakantie duurloop. Het meer grenst in het noordoosten ter hoogte van Nijkerk aan het Nuldernauw en het loopt in het noordwesten, ter hoogte van Spakenburg over in het Eemmeer. Het meer is ontstaan in 1968 door de aanleg van Zuidelijk Flevoland.

Ik loop over de dijk in de richting van Spakenburg, het is warm en veel mensen verblijven rond dit tijdstip nog in de buurt van het water. Als ik de polder Arkemheen in loop, één van de oudste polders van Nederland, zie ik in de verte het Stoomgemaal Arkemheen liggen. In 1985 is het stoomgemaal gerestaureerd waarbij rond die tijd de schoorsteen in zijn geheel is vernieuwd. Sindsdien is het regelmatig open voor het publiek en ongeveer 12 dagen per jaar wordt het gemaal nog onder stoom gebracht. Een aantal jaren heeft het gemaal zelfs nog meegedraaid, omdat het elektrische gemaal het niet alleen aankon.

De polder is uitzonderlijk omdat er nooit een ruilverkaveling is geweest. De oorspronkelijke verkavelingsstructuur is nog aanwezig met bochtige sloten die ontstaan zijn als slenken van de getijde stromen van de Zuiderzee. Aan de landzijde van de voormalige zeedijken liggen kolken en rietmoerassen, die ontstaan zijn door de dijkdoorbraken. 

Ik volg een fietsknooppuntenroute omdat we net een dag hier zijn en ik nog niet erg bekend ben in dit gebied. In de laatste kilometers loop ik langs de Arkervaart, deze mondt even verderop uit in het Nijkerkernauw. Net voor ons park kom ik uit bij de Arkersluis. Nabij deze sluis staat het in de achttiende eeuw gebouwde Sluishuis van het voormalige scholtambt Nijkerk. Het Sluishuis heeft dienstgedaan als tolhuis en als sluiswachterswoning en het huis zijn ze nu aan het renoveren. Na ruim een uur ben ik terug bij ons huisje en heb er precies 11.5 kilometer opzitten.

woensdag 4 augustus 2010

Fietsen en lopen in de provincie Utrecht

De haven in het vissersdorp Spakenburg 

Bram en ik zijn twee dagen op de mountainbike in de provincie Utrecht Bourgondisch wezen fietsen. Nadat we Tom woensdagmorgen naar zijn huis in Utrecht hebben gebracht, zijn we doorgereden naar Maarsbergen. Hier hebben we een fietsroute gepakt die voor het grootste gedeelte door het Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug loopt en onder andere de plaatsen Leersum, Doorn, Maarn en Woudenberg aandoet. Een prachtige route over heideterreinen, langs kastelen en landgoederen en door het bos. Na de Veluwe is dit het grootste bosgebied van Nederland.

Aan het eind van de middag heb ik nog even de hardloopschoenen aangedaan om vanuit ons Bilderberg hotel De Klepperman een rondje over het landgoed Hoevelaken te lopen. Het is een lekker rustige duurloop door de provincies Utrecht en Gelderland. Wel kan ik de rijdende auto's op de A1 en de A28 bij het knooppunt Hoevelaken, dat inmiddels een vaste plaats in de filetop-25 heeft, goed horen. Het wordt niet voor niets wel ook wel 'de poort tot de Randstad' genoemd. De calorieën worden 's avonds weer aangevuld in een Japans Teppanyaki Wok Restaurant, wat erg goed smaakt.

Na een lange nacht wordt er de andere morgen begonnen met een uitgebreid ontbijtbuffet. We hebben een beetje gestapeld want er stond nog een dag fietsen op ons te wachten. Via het dorpje Hooglanderveen gaat het deze dag naar het vissersdorp Bunschoten-Spakenburg. Laatstgenoemde plaats lag vroeger aan de Zuiderzee maar tegenwoordig aan het Eemmeer. Langs dit meer, Baarn en Amersfoort keren we weer terug naar ons vertrekpunt.

Op wat regenbuitjes na is het verder goed fietsweer. Beide dagen hebben we via het Utrechtse knooppuntensysteem gefietst, wat erg gemakkelijk is. Je hebt geen kaart nodig en om de twee tot vijf kilometer ligt wel weer een knooppunt, waar je precies kunt zien waar je bent en waar je naar toe moet fietsen. Ik denk dat ik voor de tiende keer in de zomervakantie met één van de kinderen twee of drie dagen ben wezen fietsen en ik hoop dat deze traditie zich nog enkele jaren voort mag zetten.