vrijdag 3 augustus 2018

Het leven van een waterdrager gaat niet over rozen

Het leven van een waterdrager gaat niet over rozen
Dat zag je al in de afgelopen Tour de France. Wielerknechten, die al met moeite een col van de buitencategorie op konden komen, werden door hun ploegleiders ook nog eens volgestouwd met bidonnen voor het hele team. Steunend en kreunend stoempten deze helden van het peloton zich dan terug naar hun kopmannen. Met geluk kon er dan nog een knikje van af als bedankje.

Bij AVA’70 gaat dat toch anders zou je denken. De club die medemenselijkheid hoog in het vaandel heeft staan draagt toch zijn vrijwilligers op handen? Sinds de afgelopen donderdagavondtraining vraag ik het me af. Het lijkt er op dat er wat scheuren in de warme jas van clubliefde zijn gekomen….

Bij de hete zomertrainingen buiten de baan is het een goede gewoonte dat een loper die zich wat minder voelt of geblesseerd is met de fiets de groep begeleid. Fietstassen of rugzak wordt tot de nok toe gevuld met bidonnen om de dorstige lopers te kunnen voorzien van een slokje water. Een dankbare bezigheid natuurlijk, ik kan me zelfs trainingen herinneren dat er bijna even veel fietsers als lopers waren om ons te begeleiden bij een trainingsronde om het Zwilbroekse venn.

Afgelopen donderdag was het heet, heel heet. Volledig trainerloos vanwege de vakantieperiodes offerde Geert Wevers zich op om als chef de mission voor het uiterst kleine groepje ‘kneuzen’ te fungeren. Het gros had zich afgemeld wegens te warm, vakantie of andere flauwe smoezen. Een prachtige ronde door het buitengebied met volop schaduw beloofde hij van tevoren.

Als reddende engel in de verzengende hitte meldde zich plotseling Ingrid van Zolingen met de fiets in de hand en een rugzakje voor de bidons. Ze had er zelfs een koelelement ingedaan. Onderweg bleek dat ze net terug van vakantie waren, ze had nog niet eens gegeten. Maar clubliefde gaat voor alles! Mattie Geert werd weer helemaal op de hoogte gebracht van alle belevenissen die ze meegemaakt had op vakantie in Kroatië. Een heel verhaal was het, maar uiteindelijk had het allemaal niet veel om het lijf.

Iedere drie kilometer werd er een korte drankstop ingelast en konden we heerlijk koel water nuttigen of over ons verhitte hoofd laten lopen. Heerlijk! Het leek dus een typische AVA training vol plezier en met aandacht voor iedereen. Tot Geert ineens een paadjes naar rechts koos dat hij normaal nooit nam. Ik vond al dat hij heel veel in zichzelf liep te grinniken… ‘Ik weet niet zeker of we er door kunnen’ hoorde ik hem nog zeggen.

Het paadje voerde ons eerst over een maaipad langs een drooggevallen sloot. Het weiland links leek wel een Afrikaanse savanne aan het eind van het droge seizoen. Tot onze verbazing liepen we ineens een stuk land in waar de begroeiing van riet, lisdodden en ander waterig groeisel niets van de droogte geleden had. Als loper hadden we hier niet veel last van, maar onze waterdrager op de nieuwe MTB begon het lastig te krijgen. Gewoon doorlopen was het bevel van opperhoofd Geert.

‘Daar in de hoek moet een bruggetje zijn’ zei Geert. Met het riet inmiddels zo hoog dat ik er nog net over heen kon kijken zag ik niet eens waar de hoek was…. Gelukkig stond er ergens een boom die ongeveer in de buurt van de hoek moest staan. In een film had ik als een echte held met een machete een pad kunnen hakken zodat ook de fiets van Ingrid er door kon. Helaas voor Ingrid was het brute werkelijkheid. De lopers konden zich relatief gemakkelijk een weg banen, maar onze geliefde waterdrager moest ook nog eens de fiets achter zich aansleuren door deze wrede jungle.

Uiteindelijk vonden we het bruggetje van Geert, in werkelijkheid een gammel plankje van 10 cm breed dat ook nog eens los lag. Geert en ik balanceerde gracieus naar de overkant, maar Angelique had er geen vertrouwen in en worstelde zich liever door de stinkende modder. Ingrid stond tevergeefs te wachten op haar anders zo galante mattie Geert. Ze moest gewoon zelf haar fiets naar de overkant zien te krijgen. Ze mocht al blij zijn dat haar fiets over het schrikdraad getild werd.

Het mag duidelijk zijn dat Ingrid de rest van de route steeds wantrouwend aan Geert vroeg welke kant we op gingen…. En of ze zich na dit soort streken ooit nog weer vrijwillig aanbiedt als waterdrager? Ik heb zo mijn vraagtekens.

André