vrijdag 18 mei 2018

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 191

Jan te Brake, er moet gelachen worden!
Jan krijgt een dooie nog aan het lachen! 

“Smiley! Smi-ley!!!” Jan te Brake staat met een groot A3-fel bij de finish. Van een afstandje hoor je ‘m – met zijn karakteristieke Te Brake-stem -  al schreeuwen. Op het A3-fel heeft hij met een viltstift een enorme smiley getekend. De boodschap is duidelijk: er moet gelachen worden!

Ik kijk van nature chagrijnig, net als mijn moeder. Familiekwaal waar uitstekend mee te leven valt. Als we hardlopen doen we daar beide nog een schepje bovenop. Deze aangeboren norse blik, verhult de vrolijkheid die in ons Wamelinkjes schuil gaat, rasoptimisten tot in de kist. Trainer Jan te Brake hamert tijdens de trainingen op twee dingen: “Rustig aan, hard moet je in de wedstrijd” en dat vervloekte “smiley! Smi-ley!!!” Het ergste is – en dat irriteert mij mateloos – hij heeft nog gelijk ook. Met mijn azijnzure gezichtsuitdrukking is het niet altijd eenvoudig om een glimlach op mijn gelaat te toveren maar Jan volhardt in zijn pogingen, met succes!

Ten tijde van het trainingskamp zijn de onderlinge spanningen, gedurende de trainingsmomenten, groter dan tijdens de Koude Oorlog. Er staat een baantraining op het programma en wat voor één: 15 keer 200 meter. Op zich is dat goed te doen maar niet op trainingskamp. Dan veranderen de normaal zo lieve atleten in wilde beesten die over lijken gaan en elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Elkaar tot op het bot vernederen is het enige doel. Jullie begrijpen dus dat de meesten met knikkende knietjes aan de start staan van het eerste 200tje. Na het startsignaal is het muisstil. De gefocuste koppies zijn op de finish gericht en er is in de verste verte geen glimlach te bekennen. Daar komt snel verandering in. Jan trekt het eerder beschreven A3-fel uit zijn broekzak en showt het pontificaal aan de lopers. De eerste minzame lachjes zijn zichtbaar en niet veel later hebben de gekromde mondhoeken plaats gemaakt voor schatergelach. Het is Jan weer gelukt, zelfs op trainingskamp, een prestatie van Olympisch niveau! Volgens mij krijgt Jan een dooie nog aan het lachen. De 200tjes worden in rap tempo en met veel plezier afgewerkt, hoewel het zuur bij de laatste sprintjes uit de neusgaten komt.

Ik vraag mij regelmatig af hoe Jan het altijd voor elkaar krijgt. Al heb je een vreselijke rotdag en een pesthumeur, hij stuurt je altijd met een goed gevoel en een blije bakkes naar huis. Ik ben dol op die man! 

Geen opmerkingen: