![]() |
| Wie bij een wedstrijd goed om zich heen kijkt, ziet steeds vaker een
kleine pod op een hardloopschoen bevestigd Fietsen met een vermogensmeter
is al jarenlang gemeengoed onder recreanten. Hardlopen op vermogen is een
ontwikkeling die de laatste jaren sterk in opmars is. Wie bij een wedstrijd
goed om zich heen kijkt, ziet steeds vaker een kleine pod op een hardloopschoen
bevestigd. Lopen op vermogen is allang niet meer alleen voor pioniers. In dit artikel beantwoorden we
acht veelgestelde vragen over hardlopen op vermogen. Wat is lopen op vermogen? Vermogen is de hoeveelheid arbeid die je per tijdseenheid levert. Het wordt uitgedrukt in watt, waarbij 1 watt gelijk is aan 1 joule per seconde. Een vermogensmeter voor
hardlopen berekent het mechanische vermogen dat je levert om een bepaalde
snelheid vast te houden. Anders dan tempo of hartslag geeft vermogen direct
weer hoeveel energie je op dat moment in je pas legt. Na een periode van trainen met
een vermogensmeter krijg je inzicht in jouw optimale vermogen voor
verschillende afstanden, bijvoorbeeld voor een 10 kilometer of een marathon. Wat heb ik nodig om te lopen
op vermogen? Om te lopen op vermogen heb je
in ieder geval een vermogensmeter nodig. Op dit moment is de Stryd 5.0 de meest
bekende en betrouwbare vermogensmeter op de markt. Dit is een footpod die je op
je schoen bevestigt en die onder andere rekening houdt met windweerstand. Sommige nieuwere sporthorloges
meten ook loopvermogen. Deze berekenen het vermogen op basis van onder andere
GPS-gegevens en tempo. Het belangrijkste verschil met Stryd is dat deze
horloges geen windsensor hebben. Bij omstandigheden met veel tegenwind kan het
berekende vermogen daardoor minder nauwkeurig zijn. Daarnaast heeft Stryd een
uitgebreid ecosysteem ontwikkeld rondom loopvermogen. Het platform biedt
prestatievoorspellingen en aanbevolen vermogenszones voor afstanden van 5
kilometer tot en met de marathon. De footpod koppel je aan je
sporthorloge, zodat je tijdens trainingen en wedstrijden je actuele vermogen
kunt aflezen. Wat bepaalt mijn
hardloopvermogen? Het berekende vermogen hangt
in de basis samen met je loopsnelheid en je lichaamsgewicht. Daarnaast spelen
externe factoren een rol. Bij tegenwind of een klim moet je meer vermogen
leveren om dezelfde snelheid vast te houden. Temperatuur en
luchtvochtigheid beïnvloeden niet direct het gemeten vermogen, maar wel hoe
zwaar een bepaald vermogen aanvoelt. Ook je loopefficiëntie — bijvoorbeeld
pasfrequentie en paslengte — heeft invloed op hoeveel vermogen je nodig hebt
bij een bepaalde snelheid. Vermogens van verschillende
lopers zijn onderling minder goed te vergelijken dan bijvoorbeeld tempo. Een
zwaardere loper zal bij gelijke snelheid meer watt produceren. Om eerlijk te
vergelijken kun je kijken naar watt per kilogram lichaamsgewicht. Wat is het verschil met lopen
op hartslag? Het grootste verschil tussen
lopen op vermogen en lopen op hartslag is de reactiesnelheid. Een
tempowisseling zie je direct terug in het vermogen. Hartslag reageert trager en
loopt altijd iets achter op de inspanning. Hierdoor is vermogen zeer
geschikt voor intervaltrainingen en heuveltrainingen. Ook bij wind tegen of op
een glooiend parcours kun je je inspanning direct aanpassen om je
energieverbruik constant te houden. Een tweede verschil is dat
vermogen meegroeit met je fitheid. Je Critical Power (CP) — vergelijkbaar met
je omslagpunt — wordt automatisch bijgesteld op basis van recente trainingen en
maximale inspanningen. Bij hartslagtraining werk je vaak met vooraf bepaalde
zones die minder dynamisch worden aangepast. Praktijkvoorbeeld Stel: je loopt 5 minuten per
kilometer met wind tegen. Op je horloge blijft je tempo gelijk, maar je
vermogen stijgt van 260 naar 285 watt. Als je vasthoudt aan je tempo, lever je
ongemerkt meer energie dan gepland. Door iets te vertragen naar
bijvoorbeeld 5:10 min/km zakt je vermogen weer terug naar 260 watt. Je
energieverbruik blijft daarmee gelijkmatiger, waardoor je aan het einde van je
training of wedstrijd minder verval hebt. Dit is precies waar lopen op
vermogen zijn meerwaarde laat zien: niet de snelheid staat centraal, maar de
daadwerkelijke inspanning. Is lopen op vermogen voor
iedereen geschikt? In principe kan iedere loper
trainen op vermogen, of je nu een 10 kilometer in 70 minuten loopt of in 35
minuten. Voor beginnende lopers kan het
echter verstandig zijn om eerst ervaring op te doen met lopen op tempo of
hartslag. Een vermogensmeter levert veel data op, wat in het begin
overweldigend kan zijn. Zodra de basisconditie is gelegd, kan vermogen juist
extra houvast bieden. Kan ik direct aan de slag met
lopen op vermogen? Een vermogensmeter heeft enige
tijd nodig om je goed te leren kennen. Hiervoor zijn maximale inspanningen
nodig over verschillende afstanden, variërend van korte intervallen
(bijvoorbeeld 100 meter) tot langere inspanningen richting 5 of 10 kilometer. Na enkele weken ontstaat een
betrouwbare Critical Power. Op basis daarvan worden je vermogenszones en
wedstrijdvermogens bepaald. Hoe loop ik een wedstrijd op
vermogen? Op basis van je Critical Power
wordt een richtvermogen voor je wedstrijd bepaald. Voor kortere afstanden
(zoals 5 kilometer) ligt dit iets boven je Critical Power, terwijl je voor een
marathon juist iets onder die waarde blijft. Het doel is om zo gelijkmatig
mogelijk rond dit vermogen te blijven lopen. Zeker bij wind of
hoogteverschillen helpt dit om je energieverdeling optimaal te houden en verval
in de slotfase te beperken. Zijn er ook nadelen aan het
lopen op vermogen? Lopen op vermogen kent ook
beperkingen. Een vermogensmeter houdt geen rekening met hoe jij je op een
bepaalde dag voelt. Een sluimerend griepvirus, slecht slapen of veel stress
kunnen ervoor zorgen dat een normaal vermogen zwaarder aanvoelt. Daarom blijft het belangrijk
om ook naar je lichaam te luisteren en bijvoorbeeld je rusthartslag te
monitoren. Daarnaast speelt ondergrond
een rol. In mul zand kost een bepaalde snelheid meer energie dan op asfalt. Een
vermogensmeter herkent de ondergrond niet expliciet. Wanneer je vaak wisselt
tussen zachte en verharde ondergrond kan dat invloed hebben op de interpretatie
van je vermogen. Tot slot Hardlopen op vermogen is geen
vervanging van gevoel, maar een extra hulpmiddel om gerichter te trainen. Voor
lopers die hun trainingen willen structureren en hun energieverdeling beter
willen begrijpen, kan het een waardevolle toevoeging zijn. (bron) |
Hardlopen in de Nederlandse- en Duitse grensstreek
zaterdag 21 februari 2026
Hardlopen op vermogen: 8 veelgestelde vragen
vrijdag 20 februari 2026
Is havermout een goed ontbijt als je wilt afvallen?
![]() |
| Past havermout wel bij je schema als je vet wilt verliezen? |
Havermout is voor veel mensen
vaste prik in de ochtend. Warm, makkelijk en snel gemaakt. Het voelt als een
gezonde start van de dag, maar is dat eigenlijk wel zo’n goed idee als je doel
is afvallen? Past een kom havermout wel bij je schema als je vet wilt
verliezen?
Is havermout een goed ontbijt
als je wilt afvallen?
Bij afvallen draait het
uiteindelijk om de energiebalans. 'Afvallen gebeurt alleen wanneer je een
calorietekort creëert,' legt sportdiëtist Myrthe Rebattu uit. 'Dat kan door
minder calorieën te eten, meer te bewegen of een combinatie van beide.
Havermout past daar prima bij.'
Met andere woorden: het gaat
niet om één product, maar om je totale daginname. Stel dat je rond de 1700
kilocalorieën per dag nodig hebt om af te vallen, dan is er echt ruimte voor
een ontbijt van 350 tot 400 kilocalorieën met havermout. Het hoeft elkaar niet
uit te sluiten. Sterker nog, voor hardlopers kan het juist slim zijn om niet té
veel te snijden in koolhydraten. Te weinig brandstof betekent minder kwaliteit
in je trainingen, slechter herstel en uiteindelijk minder progressie.
Waarom havermout kan helpen
bij afvallen
Als je wilt afvallen, draait
het vaak om drie dingen: verzadiging, spierbehoud en energie voor je training.
Havermout kan op al die fronten iets bijdragen.
1. Het vult goed
De combinatie van vezels en
langzame koolhydraten zorgt ervoor dat je langer vol zit, zeker als je je
havermout aanvult met eiwitten en een beetje vet. 'Havermout is vezelrijk en
verteert relatief langzaam. Juist daardoor blijf je langer verzadigd, wat bij
gewichtsverlies een voordeel kan zijn,' zegt Rebattu. Dat kan helpen om minder
te snacken en je totale energie-inname over de dag lager te houden.
2. Het ondersteunt je
trainingen
Voor hardlopers of andere
sporters is voldoende koolhydraatinname cruciaal. Ga je te laag in je
koolhydraten, dan lever je in op trainingskwaliteit. En minder goede trainingen
betekent minder spierbehoud en vaak ook een lagere verbranding op de lange termijn.
3. Het helpt je spieren sparen
Tijdens het afvallen wil je
vet verliezen, niet je spiermassa. Daarom is het slim om havermout te
combineren met een eiwitbron, zoals skyr, kwark of een schep eiwitpoeder. 'Na
een training is alleen havermout niet voldoende voor optimaal herstel. Voor spierbehoud
tijdens gewichtsverlies is ongeveer 20 gram eiwit per maaltijd een goede
richtlijn.' Zo ondersteun je je herstel én behoud je spiermassa terwijl je in
een calorietekort zit.
Zo maak je havermout geschikt
voor vetverlies
Wil je havermout inzetten als
ontbijt tijdens een periode waarin je wat vet wilt verliezen? Dan draait het om
balans.
-Houd je portie havermout rond
de 40 tot 60 gram.
-Voeg (vooral na de training)
extra eiwitten toe, zoals magere kwark, skyr of een schep eiwitpoeder.
-Kies voor fruit in plaats van
siroop of suiker.
-Voeg een kleine hoeveelheid
noten of zaden toe.
Goede combinaties
Havermout met blauwe bessen en
een lepel gebroken lijnzaad is een klassieke combinatie. Liever iets zoeters?
Dan doen banaan en een afgestreken eetlepel pindakaas het altijd goed. In de
herfst of winter kun je kiezen voor appel, kaneel en een kleine hand amandelen.
Welke variant je ook kiest:
zorg voor balans. Combineer vezels uit de havermout en het fruit met een
eiwitbron, zoals skyr of kwark, en een beetje vet uit noten of zaden. Die
combinatie zorgt voor een gelijkmatige energieafgifte en helpt om trek later op
de ochtend te beperken.
Kun je met havermout specifiek
buikvet verbranden?
Veel mensen hopen met een 'goed ontbijt' specifiek buikvet te kunnen aanpakken. Helaas werkt het lichaam niet zo. Je kunt niet lokaal vet verbranden door een bepaald voedingsmiddel te eten. Wat je wel kunt doen, is je totale leefstijl optimaliseren. Dat houdt in dat je zorgt voor voldoende slaap, krachttraining, genoeg eiwitten en een klein, consistent calorietekort. Havermout kan daar prima in passen, maar is niet de sleutel op zichzelf. (bron)
donderdag 19 februari 2026
woensdag 18 februari 2026
Olympische afsluiting Zevenbultenloop 2025-2026
dinsdag 17 februari 2026
Hardlopen met minder blessures en meer plezier - deel 4
| Gratis proefles op zaterdag 28 februari om 10.00 uur Praktijkcursus technisch
hardlopen. In 7 weken technisch
verantwoord leren hardlopen is mogelijk! De afgelopen 18 jaar heb ik meer dan
850 lopers geholpen om de hardlooptechniek min of meer onder de knie te krijgen.
Via flexloper.nl kan ik ook jou helpen bij het leren hardlopen
met minder blessures en meer plezier! Hoe
ziet deze cursus eruit? In
deze 7 weken word je 4 keer verwacht voor een gezamenlijke praktijktraining. Dit
doen we om de 2 weken, om het lichaam even de tijd te geven om aan de wijzigingen
te wennen. In deze tussentijd krijg je wat ondersteunende oefenstof. Deze cursus
A. is echt gericht op praktische tips, om beter en ontspannener te leren
hardlopen. Als vervolg kun je kiezen voor cursus B of C. Nadere informatie, zie www.flexloper.nl Zaterdagmorgen 28 februari
verzorgen we een vrijblijvende open les, waar je kunt ervaren wat deze
cursus(sen) inhoudt. Trek je hardloopkleding aan, en kom voor een gratis
proefles. Start om 10 uur bij
Schaersvoorde Stationsplein, Landbouwstraat 1, 7122 VM Aalten. (nabij Station) Het is prettig dat je even een
mail stuurt naar info@flexloper.nl zodat
we weten wie we kunnen verwachten. Met sportieve groet Henk Mengers. Kijk voor meer informatie op onze site of neem vrijblijvend contact op voor meer informatie. Mail: info@flexloper.nl Telefoon: 06-12152304 |
maandag 16 februari 2026
Uitslagen van de Marathon van Sevilla(Spanje)
![]() |
| Barend Westervelt, Tim te Brake, Koen ten Napel, Mark te Brake en Daniel Booms Uitslagen AVA'70 leden en Aaltenaren: Mark te Brake 2:36.36, Tim te Brake 2:44.46, Barend Westervelt 3:04.05, Koen ten Napel 3:05.28 en Daniel Booms 3:08.14 Klik op de link voor alle uitslagen uitslagen site organisatie |
Van Es en Verbaandert winnen in Monaco met Nederlands record op de 5 kilometer
![]() |
| Diane van Es Atlete Diane van Es heeft in
Monaco de internationale wegrace over 5 kilometer gewonnen in een Nederlands
record van 14 minuten en 33 seconden. De 26-jarige hardloopster bleef slechts
één seconde verwijderd van de beste tijd ooit gelopen door een Europese atlete
op deze afstand. Die staat met 14.32 op naam van de Italiaanse Nadia
Battocletti. De Europese atletiekfederatie
moet die tijd nog erkennen als Europees record, waardoor Van Es nog altijd
officieel de Europees recordhoudster is met 14.39. Die tijd liep ze vorig jaar
in Monaco. Van Es, winnares van het
zilver op de 10.000 meter bij de EK van 2024, won de wegrace in het prinsdom
met ruime voorsprong op de Belgische Jana Van Lent, die een Belgisch record van
14.48 noteerde. De derde plaats was voor de Sloveense Klara Lukan (15.04). Bij de mannen was er ook
Nederlands succes op de 5 kilometer. Tim Verbaandert won in Monaco in 13.24 en
hij scherpte het Nederlands record aan met twee seconden. Verbaandert pakte het
record af van Niels Laros, die vorig jaar in Monaco 13.26 had gelopen. Het
Europees record op deze afstand is met 12.57 in handen van de Fransman Jimmy
Gressier. Juan Zijderlaan eindigde als
tweede, vier seconden achter Verbaandert (13.28). De Fransman Valentin Gondouin
werd derde in 13.29. (bron) |
zondag 15 februari 2026
Is het slim om hardloopschoenen te rouleren?
![]() |
| Waarom zou je meer dan één paar schoenen gebruiken? Je schoenen rouleren doe je om
twee redenen: om je schoenen langer heel te houden en om jezelf heel te houden. Waarom je schoenen rust nodig
hebben Je schoenen hebben een demping
die uit schuim bestaat. De demping vangt de klappen van het hardlopen op. Bij
elke stap wordt het schuim samengeperst en zet het weer uit, kilometers lang.
Aan het einde van je loopje is die demping iets dunner dan aan het begin,
daarom hebben je schoenen rust nodig. Je schoen heeft 24 tot 48 uur nodig om
weer helemaal terug te veren. In die tijd kan ook het oude zweet en vocht
verdampen. Zo houd je je schoenen langer veerkrachtig en fris. Zo gaan je
hardloopschoenen langer mee. Waarom jij wekelijks op
meerdere schoenen wil lopen Je schoenen gaan dus langer
mee als je ze wat rust gunt, maar misschien heb jij helemaal geen 48 uur rust
nodig om te herstellen en wil je morgen alweer lopen. Dan doe je er dus goed
aan om meerdere schoenen te gebruiken. Ook omdat je dan je lichaam steeds een
beetje anders belast. Dat zit zo: Elke schoen heeft een iets
andere demping, ondersteuning en zoolstructuur. Door te wisselen, verminder je
herhaalde belasting op dezelfde spieren en pezen, waardoor je overbelasting en
blessures voorkomt. Uiteindelijk komt overbelasting vooral door te vaak
hetzelfde te doen zonder voldoende hersteltijd te nemen. Door je schoenen af te
wisselen kun je die belasting wat minder eentonig maken. Zo kun je dus meer
trainingsbelasting aan zonder dat je lichaam tegen gaat sputteren. Verschillende soorten schoenen Zoals we al zeiden is niet
elke schoen hetzelfde. Veel mensen beginnen op een schoen waar je eigenlijk
alles mee kan. Dat worden daily trainers genoemd. Wil je net wat meer, dan ga
je op zoek naar schoenen voor specifieker werk. Denk aan schoenen die wat
lichter zijn waardoor je er fijn tempo's en intervallen op kan afwerken of
schoenen met extra veel demping voor rustige duurlopen. Veel hardlopers vinden
het prettig om af te wisselen met hun schoenen. Daarom hebben veel hardlopers
meerdere paren schoenen. Een korte rondvraag op de redactie van Runner's World
wijst uit dat we allemaal rustig drie of vier paren afwisselen gedurende de
week. Is het niet zonde om zoveel
schoenen te kopen? Uit het Runner's World
lezersonderzoek blijkt dat bijna tweederde van de respondenten per jaar twee of
meer paar hardloopschoenen koopt. Dat is best veel, maar dat hoeft niet zonde
te zijn. Dat hangt vooral af van de vraag of je de schoenen daadwerkelijk 'op'
loopt. Een hardloopschoen gaat zo'n 400 tot 1500 kilometer mee, afhankelijk van
het type schoen en hoe je ermee omgaat. Een carbonschoen is vaak na zo'n 400
kilometer al versleten, maar een daily trainer houdt het vaak wel 1000
kilometer vol. Naast de afstand, gaat je
schoen ook met de tijd achteruit. Ook als je je schoenen niet gebruikt gaan ze
achteruit. Na zo'n twee jaar is de demping op. Je wil dus je schoenen binnen
twee jaar 'op' lopen. Laten we ervan uit gaan dat je schoenen 1000 kilometer
mee gaan. Dan kun je dus iedere week 10 kilometer lopen en dan zijn ze na twee
jaar versleten. Als je 20 kilometer per week loopt, verslijt je al twee paar in
die twee jaar. Kom je daar wel aan? Dan is het prima om meerdere schoenen te
hebben. Sterker nog, het kan zelfs raadzaam zijn. Naast de verschillen in
belasting per schoen, is het ook slim om te rouleren met je schoenen zodat je
beter kan monitoren wanneer een schoen op is. Als je een oude en een nieuwe
schoen afwisselt, kun je waarschijnlijk goed het verschil voelen. Zo voel je
ook beter wanneer een schoen echt geen demping meer geeft en je hem dus beter
af kunt danken. Is het beter ter voorkoming
van blessures om je hardloopschoenen te rouleren? Ja, als je fanatiek loopt -
laten we zeggen 20 kilometer per week - kun je beter rouleren met je schoenen.
Voor het geld of milieu hoef je het niet te laten. Je verslijt beide paren
voordat ze te oud worden. Zo varieer je de belasting op je lichaam en kun je
ook beter inschatten hoeveel demping je schoenen nog écht bieden. Bonustip: Via apps als Garmin
Connect of Strava kun je eenvoudig bijhouden op welke schoen je welke training
hebt afgewerkt. Zo weet je precies hoeveel kilometer je erop hebt gelopen en
weet je ook wanneer je naar nieuwe uit moet gaan kijken. (bron) |
zaterdag 14 februari 2026
Van der Sar foundation schenkt AVA'70 twee framerunners
vrijdag 13 februari 2026
Verslag van de Sukerbietentrail in Lemele
![]() |
| Andre, Angelique en Bianca Op een wat mistige februari
zondagochtend vertrokken er vanuit diverse plekken in de Achterhoek auto’s
richting Lemele, of all places. Wat was er dan toch te doen in het pittoreske
Lemele, waar normaal in de winter helemaal niets te doen is op zondag ochtend?
De Sukerbietentrail, een initiatief voor het goede doel van Team Sukerbiet. De
start was vanaf natuurcamping de Lemeler Esch en dat betekende eigenlijk meteen
ook dat het maximaal maar 450 deelnemers kon laten starten. Nu hou ik wel van
leuke kleinschalige loopjes en als die ook nog voor het goede doel zijn, in
plaats van georganiseerd door een commerciële organisatie, is dat mooi
meegenomen. In de praktijk betekent dat vaak dat het heel gezellig is en
georganiseerd door echte liefhebber. Het paste ook mooi in ons trainingsschema
en dus waren we met maar liefst acht Achterhoekers aanwezig in het Sallandse. Bij aankomst werden we
hartelijk ontvangen door vrijwilligers van Team Sukerbiet en doorverwezen naar
de startnummer uitgifte en de kleedkamer. De kleedkamer bleek een
werktuigenloods waar de trekken en maaimachine iets aan de kant gezet waren en
een paar picknicktafels neergezet waren. De ruimte werd al snel gevuld met
lopers die een plekje zochten om zich om te kleden en vooral warm te blijven.
Twee graden en mist was niet wat ik besteld had, ook niet waar ik op gerekend
had met mijn korte broek. Het was er wel heel gezellig, met veel mensen uit de
regio zo te horen. De 25 kilometer lopers mochten eerst starten, maar het
startvak vulde zich in de laatste twee minuten. Na de start liepen we de
camping af en eigenlijk al bijna meteen de Archemer Berg op. Helaas was het
uitzicht beperkt tot een paar honderd meter door de mist, maar de ontvangst
door de enthousiaste vrijwilligers op de top maakte alles goed. Het tempo zat
er eigenlijk meteen goed in, waarschijnlijk mede door de kou, maar ook de
overige deelnemers gingen vlot van start. Lars was al meteen bij ons weggelopen
(jeugdige overmoed?) en Rik en Michiel vonden het na de eerste paar kilometers
welletjes en zakten iets terug in tempo. Gelukkig konden ze met zijn tweeën
samen verder. Bleven we nog met zijn vieren over: Bianca, Angelique, Eric en
ik. Het looppeloton was al snel uit elkaar gevallen en dus liepen we met ons
groepje alleen, met slechts af en toe mensen die we inhaalden of die ons
inhaalden. Het parcours voerde ons door
een heel mooi landschap, voor zover we dat konden zien dan… Ik was er ooit een
keer eerder geweest, maar dat was al jaren geleden. Voor de anderen was alles
nieuw dus extra mooi en interessant. De route bestond op meerdere plekken uit
lussen waardoor je zowel de Archemer als de Lemeler Berg ook van alle kanten
kon bewonderen. Dat betekende ook dat er best wat hoogtemeters in zaten en dat
in combinatie met wat mullige zand paden maakte het tot een pittig parcours.
Een aangezien we liepen alsof het een wedstrijd was moest natuurlijk ook alles
hardgelopen worden. Bianca was blij dat ze in haar
strikte triathlonschema nog wat trails mocht lopen van de trainer en babbelde
honderduit. Het viel blijkbaar niet op dat onze antwoorden steeds korter
werden…. Eric keek af en toe vertwijfeld, maar gaf niet op. Bikkel! Het genieten
van de omgeving werd op deze manier eigenlijk wel een beetje tot het minimum
beperkt tot vooral het stuk voor de voeten…. Maar omdat niemand opgaf bleven we
dus in een eigenlijk iets te vlot tempo doorrennen tot onze limiet bereikt
was…. Mijn bovenbenen begonnen steeds meer te protesteren en ook een blaar op
mijn voet begon zich te melden. Gewoon negeren…. De lange stukken vals plat in
combinatie met los zand leken het uiteindelijk toch van ons te gaan winnen toen
we bij ongeveer km 20 waren en we de zoveelste keer de Archemer Berg beklommen.
Er moest toch een paar keer omhoog gewandeld worden… Maar met nog meer
aanmoedigingen van de vrijwilligers werd het tempo toch maar weer opgepakt. De
laatste vijf kilometer liep het eigenlijk steeds vals plat naar beneden en kon
het tempo zelfs nog weer wat omhoog tot we uiteindelijk met een soort van eindsprint
na zo’n 2 1/2 uur de finish bereikten. Daar stond een heel verbaasde Lars ons
op te wachten, die had ons nog lang niet verwacht. De oudjes doen het nog best
hè Lars. Inge en John hadden de korte afstand gedaan en stonden al weer
aangekleed op ons te wachten. Op een paar minuten na ons kwamen ook Rik en
Michiel over de streep. Hoewel we van tevoren niet
hadden bedacht dat we in wedstrijdtempo zouden lopen liep het gewoon zo. Het
mooie was dan ook dat we elkaar onderweg zo stimuleerden dat we uiteindelijk de
snelste 25 km in tijden liepen. Voor Eric was zelfs het bijna een persoonlijk
record, helaas was de afstand net iets te kort! Super tevreden trokken we snel
weer wat droge en warme kleren aan en gingen we op zoek naar de warme
chocolademelk met appelgebak. Helaas waren we niet de enigen en zeker niet de
laatsten, waardoor we hevig teleurgesteld werden door de serveerster. Helemaal
volgeboekt, geen enkel plekje meer. Helaas, dan maar weer op huus an! Op naar
de volgende! (bron) |











