Posts tonen met het label Column: Erwin's zin en onzin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Column: Erwin's zin en onzin. Alle posts tonen

donderdag 8 februari 2024

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 230

Luuk (2e van rechts) toen hij in 2022 de Marathon met zijn vader en broers liep
Luuk gaat op herhaling in Rotterdam 

“Nee, nee Ilse, nu is het mooi geweest. Ik heb onder die drie uur gelopen, ik raak steeds geblesseerd en ik heb je ook een toezegging gedaan, de komende jaren geen marathon meer. Beloofd is beloofd. Een man een man, een woord een woord. Nu is het tijd voor ons gezinnetje” Een kleine tien maanden na dit serieuze gesprek bereidt Luuk te Brake zich voor op zijn vierde marathon. “Ik heb er weer zin an!”

Schaterlachend, zoals alleen Luuk kan schaterlachen, hobbelt hij over het industrieterrein. Waarschijnlijk heeft Mark Geesink een racistische grap gemaakt of Annemarie Arentsen een onnozele opmerking, wat het precies is weet ik niet, maar bij Luuk lopen de tranen over de wangen. Hij is in grootse vorm en dan is die nog vrolijker dan normaal, bij het irritante af. De schoffelkoning van Aalten-Hoog heeft zijn plannen nog niet aan het grote publiek gepresenteerd, maar als je hem recht in zijn ogen kijkt, weet je voldoende. Deze blije geit – die op de basisschool ook nooit voor zich kon houden wie hij had getrokken voor Sinterklaas – heeft zo’n voorhoofd waar je direct alles van af kunt lezen. De trainingsomvang van de laatste weken verraden overigens ook alles, Te Brake is op oorlogspad. “Neu, het hoeft allemaal niet zo hard dit keer, maar die tijd van Theo Stronks ligt trouwens wel voor het grijpen.”

Of die het thuisfront al heeft ingelicht is de vraag. “Dat moet ik bij Ilse altijd rustig brengen. Ik zeg wel dat het een idee van Evelien Hillen is, die vindt ze leuk, dan kom ik er wel mee weg.” Op zondag 14 april heeft Luuk te Brake wederom een glansrol in ‘de mooiste’, dan weten jullie het alvast.  

zondag 15 januari 2023

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 229

Na een paar uur zwoegen is er weer iets van het oude vertrouwde clubhonk te zien

Ava’70 stikt van de vrijwilligers, behalve op opruimdag!

Al ruim voor de officiële start van het Tiroler-vrijwilligersfeest, loopt het AvaCafé vol. Gretige blikken en dorstige monden, iedereen staat in de startblokken. De aanwezigen zijn jolig aangekleed. Dindl’s, lederhosen, hoedjes, ski-brillen, en wat al niet meer wat in het thema past. Slechts een enkeling heeft zich er met een Jantje-van-Leiden afgemaakt. Pul in de hand en los geht’s!

Traditiegetrouw gaat vlak na de koffie het dak er al af. De jeugd en een handjevol oudere jongeren trekken de kar. Al snel wordt het ordinair. Praten verandert in schreeuwen, drinken wordt zuipen en een enkeling kan zijn handjes al niet meer thuishouden. Good old Jos Hartman - algemeen bekend als vrouwengek - flirt er lustig op los. Aan het eind van de avond lijkt hij definitief beet te hebben. Als hij aanstalten maakt om met zijn vangst richting huis te gaan, blijkt hij urenlang de paspop in de hoek te hebben versierd. Volgende keer beter Jos. Aan de bar doen Linda de Vries en Bianca Eekelder een succesvolle poging om de wijnvoorraad zo snel mogelijk burgemeester te maken en Lilian Geulen, die steeds slechter te verstaan is, valt de deejay lastig met haar talloze Paul Elstak-verzoekjes. Kortom, het is ouderwets gezellig, ondanks dat charlatan Frank Roos het weer nodig vindt om een aantal clubhelden publiekelijk door het slijk te halen.

Als de nacht al in volle gang is, is de schade al niet meer te overzien. Het bier zit tegen het plafond, Het terrein rond de bar is omgetoverd tot veredelde glasbak en de wezenloze en gedesoriënteerde gelaatsuitdrukkingen zijn niet meer op één hand te tellen. Kersverse vader Luuk te Brake komt met zijn fietssleutels in de hand de feestzaal binnen gestrompeld. “Ik ben mijn fietssleutels kwijt”, schreeuwt hij. Na een kwartiertje zoeken, en inmiddels weer drie pijpjes verder, besluit hij toch naar huis te gaan.

Tot zover het mooie van de vrijwilligersavond. Met meer dan honderd aanwezigen mag Ava’70 zich de handjes dichtknijpen. Maar waar zijn al die vrijwilligers als het er écht om gaat? Het AvaCafé is na de meeslepende fuif een slagveld, waar ze zelfs op de Gazastrook de wenkbrauwen bij zullen fronsen. De wijnflessen liggen op de bar, de geur van oud bier en pisang ambon is in de gordijnen getrokken, de peuken liggen in de verspringbak en de glasscherven liggen op het toilet. Slechts drie personen nemen de moeite om de schade te herstellen. Met een kop als een boei, zure oprispingen en de kramp in de kuiten halen zij de poetsdoek door de ravage. Na een paar uur zwoegen is er in de verte weer iets van het oude vertrouwde clubhonk te zien. Moe en een beetje gefrustreerd gaan interieurverzorgers Joppe, Jan jr. en de doorgaans goedlachse Erwin huiswaarts. Heel jammer dit. Ava´70 stikt van de vrijwilligers, behalve op opruimdag!

woensdag 11 januari 2023

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 228

Frank met het getrokken lootje van Luuk

Fifa-praktijken bij Zevenbultenloop

“Zal ik jullie eens een sappige anekdote over de Zevenbultenloop vertellen?” Rinke ter Haar is trots op zijn creatie en praat er graag over. Zijn loopmaatjes hangen aan zijn lippen en smachten naar ongetwijfeld weer een prachtig verhaal, zoals alleen Rinke ze kan vertellen. Maar wat hij vervolgens uitkraamt doet bij een ieder de wenkbrauwen fronsen. De monden gaan open en er valt een lange stilte. Hier lusten de honden geen brood van.

De Zevenbultenloop, ons inmiddels allen bekend, is in de diepe winter van 2021 een groot succes. Deelnemers uit heel de regio komen naar Aalten om alleen of in tweetallen de uitdagende vijftien kilometers af te leggen, Rinke is een gevierd man en hangt overal de getapte jongen uit. Het event wordt afgesloten met een prijsuitreiking vol poeha. De hoofdprijs is voor de nummer zeven van het klassement, een prachtig t-shirt. Het wonderlijke gebeurt, drie lopers eindigen met exact dezelfde tijd op een gedeelde zevende plaats. De organisatie besluit door middel van loting de winnaar te verkiezen. Kanshebbers zijn Herald Luiten, Luuk te Brake en ondergetekende. De organisatie, bestaande uit Rinke, Bart Wesselink en Geert Wevers, heeft Frank Roos uitgenodigd om de loting uit te voeren. Luuk te Brake komt als winnaar uit de bus. Herald en ik zijn goede verliezers en leggen ons neer bij de nederlaag. Luuk heeft het shirt immers verdiend. Naar eigen zeggen ligt het shirt onder zijn bed voor de eenzame avonden. So far so good zul je zeggen. Rinke doet echter een boekje open en haalt in een paar zinnen zijn Zevenbultenloop volledig naar beneden.

“Bij de loting zaten er veel meer briefjes met Luuk erop in de bak. We hebben net zo lang geloot totdat hij als winnaar uit de bus kwam. Dit was een ideetje van Frank.” Een schaamteloos verhaal dat Rinke zonder blikken of blozen uit de doeken doet. Dat Frank de lievelingsoom van Luuk is, heeft hier ongetwijfeld niks mee te maken. Dat Frank binnenkort voor een habbekrats mee mag naar het vaste vakantieadres van de Te Brakes in Murcia is zeker ook louter toeval? Frank, die wij allemaal kennen van zijn stukjes over ‘die sympathieke Brevoorter’, de ‘goedlachse timmerman’ en nog meer van dat geslijmbal, is een wolf in schaapskleren. Een nietsontziende valsspeler die alles doet voor eigen gewin. Dat de organisatie niet heeft ingegrepen is uiteraard even kwalijk. Herald en ik hebben ons altijd koest gehouden, maar er is een grens bereikt. Binnen drie weken willen wij dat er orde op zaken wordt gesteld. Wij eisen sowieso een t-shirt en een kleine (financiële) compensatie voor deze schertsvertoning. Blijven de lafaards in gebreke, komt de rest van de vuile was op straat, Er is nog veel meer.

Names Herald,

Teleurgesteld

zondag 10 januari 2021

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 227

Gertjan Bentert

In huize Bentert wordt eindelijk weer gesproken

Achteloos pakt Gertjan de zaag uit de schuur. Binnen een mum van tijd heeft hij de stam van de kerstboom doormidden. De kluit gooit hij in de groencontainer. Hij opent de achterdeur van het busje en smijt de kerstboom naar binnen. Hij klopt het zand van zijn broek en jas en neemt plaats achter het stuur. Tevreden vertrekt hij naar Ava’70, niet wetende wat een onheil hem later die dag staat te wachten.

De junioren van Gertjan hebben pret voor tien. De boom wordt in deze kersttraining gebruikt als speer en dat valt goed in de smaak. Gertjan staat met zijn armen over elkaar en geniet zichtbaar van het schouwspel. Een paar kilometer verderop, op de Admiraal de Ruyterstraat, is de stemming een stuk minder gezellig. Rolien wrijft in haar ogen. Ze kijkt nog eens en voelt aan haar voorhoofd of ze geen koorts heeft. “Waar is die kerstboom?”, mompelt ze. Als ze wat verder de tuin in loopt ziet ze een gat in de grond, exact op de plek waar haar geliefde naaldboom al die jaren heeft gestaan. “Hoe kan dat nou?” Als ze vlak bij het gat een paar voetafdrukken ziet, loopt ze rood aan. Ze ziet onmiddellijk dat het de afdrukken van haar eigen zoon zijn, niemand anders heeft immers schoenmaat 52. Vloekend en tierend sprint ze naar haar telefoon.

Als Gertjan na zijn succesvolle training op zijn telefoon kijkt, trekt hij wit weg. Veertien gemiste oproepen. Hij realiseert zich wat er aan de hand is en weet dat hij het onderspit gaat delven. Hij heeft de prachtige kerstboom, die al zeven jaar stond te groeien in de achtertuin, rigoureus een kopje kleiner gemaakt. Het persoonlijke project van zijn moeder, is op een gure december-woensdag ineens teniet gedaan. Dit wordt oorlog. En nog voordat de strijd echt is losgebarsten, weet Gertjan al dat hij heeft verloren.

Pas op 9 januari komt er een einde aan de drie weken durende Koude Oorlog. Michiel Wellink vindt in één van de schilderachtige straatjes van Bredevoort een piepjong kerstboompje met een volle kluit en overhandigt deze aan Gertjan. Als hij later die dag thuiskomt gaat hij op zijn knieën voor zijn moeder zitten. Al drie weken heeft ze geen woord tegen hem gezegd, maar als ze het cadeau van haar lievelingszoon ziet, gaat haar grote hart weer open. “Hey knul, zal ik een lekker hamburgertje voor je bakken?” Het boompje staat inmiddels in de tuin en het lijkt alsof er nooit iets is gebeurd.

donderdag 12 november 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 226

De deelnemers aan het Texelkamp in augustus

Een rollade in een netje met een rode plofklop

Na de succesvolle column van vorige week (veertien likes), waarin ik op majestueuze wijze  - doorspekt met spraakmakende anekdotes en snedige humor - Jerrel Balke tot zijn achillespezen afzaag, dender ik voort in mijn Top10-lijst van sportieve hoogtepunten van 2020. Een hoogmoedige aangelegenheid, aangezien ik de hardloopschoenen dit kalenderjaar amper tien keer heb aangetrokken. Enfin, ik verzin wel wat. Vandaag een boeiende inkijk in ons weekendje Texel, waarin ik mijzelf klein maak en bewonderenswaardig kwetsbaar opstel.

Een rollade in een netje met een rode plofkop. Dit typeert mijn lichamelijke toestand ten tijde van het Texelkamp van eind augustus. Het Ava-hemd pas ik niet meer, toch trek ik het aan. Tussen al die magere lopers voel ik mij die volgevreten witte filantroop in donker Afrika. De onderlinge wedstrijd staat op het punt van beginnen. De organisatie heeft er alles aan gedaan om zoveel mogelijk hoogtemeters in een rondje van 2500 meter te proppen. De parcoursbouwers kijken met een genoegzame grijns naar de meute die zo als onwetend vee naar de slachtbank wordt geleid. Voorzitter Rudi staat als vanouds strak van de spanning. Hij krijgt nog liever een rolberoerte dan dat hij van mij verliest en mijn bloedeigen pupillen zullen ook geen kans onbenut laten om mij een mes in de rug te steken. Er staat dus het één en ander op het spel.

Na drie meter weet ik al genoeg. Dit wordt een afgang, dus een hilarische middag voor de rest. Om onduidelijke redenen zien mijn clubgenoten mij graag lijden. En ze treffen het. Niet alleen ben ik een handvol kilo’s te zwaar, mijn conditie laat eveneens te wensen over. Na iedere duinbeklimming zak ik dieper in de stront. Piepend en knorrend hobbel ik door het mulle zand. De gretige lichtgewichten dartelen met speels gemak weg uit mijn blikveld. Onder het toeziend oog van enkele strandbezoekers ben ik zelfs genoodzaakt om te gaan wandelen. Op een steile duin krijg ik een enorme wegtrekker en ik heb even de angst dat ik een hartaanval krijg. Het valt mee. De volgende vernedering volgt al snel. Gertjan Bentert, een goede atleet maar één van de slechtste hardlopers van Oost-Nederland, huppelt moeiteloos met mij mee en spreekt mij bemoedigend toe. Wat een schetsvertoning. Ik word inmiddels niet meer ingehaald. Achteraf is dat wel te verklaren, Jan en alleman is de finish al gepasseerd. Klappend en joelend word ik binnengehaald. Ik krijg wat schouderklopjes en een speels tikje op de billen Aan sommige gezichten zie ik dat ze moeten vechten om hun lach te onderdrukken. Als de rust enigszins is wedergekeerd, krijg ik van Tijn Piest (meer dan 2 minuten sneller dan ik) de definitieve nekslag. “Erwin, de volgende keer wil ik jou wel hazen.”

Op een steile duin krijg ik een enorme wegtrekker en ik heb even de angst dat ik een hartaanval krijg. Het valt mee.

dinsdag 3 november 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 225

De excuses van een wijndrinker

Deze website gaat volledig tegen de stroom in. Waar het  huidige echte leven zo oppervlakkig is als de songteksten van Wolter Kroes, bereikt dit blog een niveau van ongekende hoogte. Dag-in-dag-uit is het smullen. Worden we niet geconfronteerd met de gruwelijke gevolgen van overdadige suikerconsumptie, dan lezen we wel over de ontelbare voordelen van hardlopende collega’s. Een goede vochthuishouding, het genot van naadloze sportsokken en de do’s and don’ts van intervaltraining. Waar dit blog tot voor kort een groot poesiealbum-gehalte had, is het nu een doorgeefluik voor de baanbrekende wetenschap. Om ook de boerenkinkels - kortweg het overgrote deel van de websitebezoekers - te bedienen, kom ik de komende weken met een lijstje, want daar is de gewone man dol op. Ik duik in al het prachtigs wat dit enerverende hardloopjaar mij gebracht heeft. Stoelriemen vast.

Jerrel heeft gisterenavond weer gekotst. Dat is vaste prik als hij zich tegoed heeft gedaan aan twee flessen rode wijn. Nu ben ik zelf ook niet in topvorm, dus echt heel slecht komt zijn gemoedstoestand mij niet uit. We staan op het punt om onze virtuele Gerard Tebrokeloop te volbrengen. Niet dat we staan te springen, maar het initiatief dragen wij een warm hart toe. We nemen onszelf voor om het lekker rustig aan te gaan doen, minuutje of 25. Na dertig meter kunnen de plannen al de prullenbak in. Jerrel trapt, zoals ik al had verwacht, het gaspedaal in. Ik kan hem wel schieten op zulke momenten, iedere keer hetzelfde gesodemieter.

Na anderhalve kilometer verlies ik de aansluiting en heeft het er alle schijn van dat Jerrel mij wil lozen, nadrukkelijk tegen de afspraken in. Een kilometer later zijn de rollen omgedraaid. Meneertje heeft last van zijn rug. De goedkope druivendrank begint op te spelen, maar hij gooit het op zijn pijnlijke rug. Heel irritant, hij heeft nooit last van zijn rug. Wat wel prettig is; ik ben ineens de bovenliggende partij. Hoe zwaarder hij het krijgt, hoe beter ik mij voel. Natuurlijk moedig ik hem aan en veins ik medelijden, maar uiteraard lach ik mij in het vuistje. Ik hoop dat hij zo moet wandelen, de ultieme vernedering, maar zo ver laat hij het niet komen. In de slotkilometer geef ik nog even gas en neem wat afstand. Na dik 21 minuten zit het erop. Met mijn handen over elkaar en zonder te hijgen wacht ik op mijn medeloper. Jerrels horloge is halverwege ook nog eens uitgevallen. “Ach, ik geef gewoon door dat we samen zijn gefinisht, maakt toch niet uit dat je in werkelijkheid dertig seconden achter mij liep, je hebt toch je best gedaan”, zeg ik terwijl ik probeer om de cynische ondertoon te onderdrukken. Samen, Jerrel met zure oprispingen en ik met een door enthousiasme vervulde geest, keren wij terug naar onze uitvalsbasis. Ik neem een stevige bak koffie, Jerrel een glaasje rood.

zaterdag 19 september 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 224

De groep is aangekomen in het bedevaartsoord Kevelaer

Katholiek feest wordt slagveld!

Met de ziel onder zijn arm struint Luuk door het desolate Duitse landschap. Hij is moe en boos. Vloekend en tierend komt hij de tijd door Na 90 kilometer wandelen is de koek echt op. Naast hem loopt André (die van Evelien) grapjes te maken. Luuk kan er niet om lachen, maar doet het toch uit respect oor zijn mede-bedevaarder. Vlak achter dit duo strompelt Marloes. Zij is ook niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Niet wetende dat ze maanden niet kan hardlopen, verbijt zij haar kniepijn. De reis naar Kevelaer heeft diepe wonden nagelaten bij enkele Ava-janen, maar dit avontuur zullen ze nooit vergeten.

Dit noemen ze in de volksmond nou een uit de hand gelopen grap. Met iets te veel borrels en nog wat meer babbels ontstaat het plan om met een groep naar bedevaartsoord Kevelaer te wandelen, immers is niemand katholiek, dus een prima plan. Iets waar in het begin keihard om gelachen wordt, is vier weken later bittere realiteit. Een achttal Ava-leden en aanhangers fietst in het holst van de nacht naar het station in Bocholt. Twee dorpsidioten staan al zo fit als een hoentje te schetteren op de parkeerplaats, dit blijken nog twee reisgenoten te zijn. Dirk en zijn vriendin Marije. Dat dit duo ook meeloopt weet slechts een enkeling. Lolbroek en buschauffeur Dirk heeft het hoogste woord. Mopje hier, kwinkslag daar, geintje zus en dolletje zo. Na 30 kilometer is het voorbij met de moppentapperij. Gevloerd door de sportieve inspanning hampelt hij verder, Dirk ziet de wereld even aan voor een doedelzak. Zijn vriendin trekt zich niks aan van de lijdensweg van Dirk en dartelt verder in een ongekend goede stijl. Zij zal ook moeiteloos de dubbele afstand kunnen volbrengen. Nog zo’n geboren wandelaar en toevallig of niet ook geen ava-lid is Jessie. Deze vrouw van de goede smaak verteert de kilometers als geen ander. Op dag twee van de tocht loopt ze nog een paar derdegraads brandwonden op, volkomen de schuld van haar stuntelige vriend. Evelien en Walter hebben namelijk twee authentieke gasstelletjes uit het jaar nul meegenomen waarmee onderweg koffie wordt gezet. Een gezellig maar levensgevaarlijk ritueel. Jessie is overigens nog wel bij machte om haar reis te voltooien.

Initiatiefnemers en organisatoren van het festijn zijn Evelien en Erwin. Zij trekken samen de kar. Walter doet ook nog een kleine duit in het zakje. Walter regelt slechts de vertreklocatie, de route, de overnachting, het restaurant, de overtochten met het pondje en de pauzeplaatsen. De rest, dus bijna alles, doen Evelien en Erwin. Na 52 kilometer komt het tiental volkomen binnenstebuiten getrokken aan in Kevelaer. Terwijl de gehele groep een kaarsje opsteekt en een traantje wegpinkt, scant Walter het marktplein op zoek naar het terras. Uiteindelijk belanden ze op het buitenterras van hun verblijf, een hotel met een hoog grootmoederstijd-gehalte. De jeugd trekt rond middennacht nog even richting een discotheek, waar overigens niet gedanst mag worden (niet dat de spierpijn hier enige aanleiding toe geeft).

De volgende ochtend zwaaien we Dirk en Marije uit. Zij hebben een dag voor de tocht hun camper al in het dorp neergezet. Zij plakken er nog een paar dagen Keulen aan vast. Marloes en Luuk staan verbouwereerd voor het hotel. De organisatie is per ongeluk vergeten te melden dat we ook terug gaan wandelen. Bart, beter bekend als de man van glas, heeft zijn blessure-bingokaart er maar weer eens bij gepakt. “Hey, deze knieblessure heb ik nog nooit gehad”, roept hij enthousiast terwijl we nog amper begonnen zijn aan de terugweg. De kwetsuur is zo erg dat hij de strijd moet staken. Evelien is solidair. Zij heeft immers ‘s middags nog een verjaardag van tante Ans of tante Coby, weet ik veel hoe dat mens heet. Dus zij was sowieso niet van plan om het hele stuk terug te wandelen. Binnen no-time arriveren de ouders van André in Kevelaer om het tweetal op te pikken. André heeft schijt aan die tante en loopt gewoon het hele stuk (38 kilometer) mee terug. Rond 17:00 uur komt het overgebleven gezelschap aan in Hamminkeln, hier pakken zij de trein naar Bocholt. Tot grote ontsteltenis van André. “Dat kleine stukje naar Dingden kan toch nog wel?” De rest doet net of ze doof zijn en zitten al in de trein, zichtbaar teleurgesteld sluit hij zich er maar bij aan. ’s Avonds voegen Bart, Evelien en Maarten (die van Marloes) zich bij de groep om het avontuur feestelijk af te sluiten. Ook hierover uit André zijn onvrede: “A’j te foel bunt om met te lopen, blief i’j maor mooi thuus.” Ook in dit geval heeft André het nakijken. Met z’n negenen wordt er geproost op de ‘goede’ afloop. Bart, Luuk, Marloes en Dirk, heel veel sterkte met de revalidatie. Volgend jaar gaat het gezelschap richting Santiago de Compostella.

dinsdag 26 mei 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 223

Walter Vaags heeft zijn eerste decennium als hardloper erop zitten
Walter Vaags viert jubileum!

Het is 26 mei 2010. Zomaar een woensdag. Niemand kan zich nog voor de geest halen hoe die dag er precies uitzag, behalve Walter Vaags en zijn gevolg. Op deze dag is de aanzet gegeven voor een glansrijke hardloopcarrière. Nu, ontelbare marathons rijker en dertig kilo armer, heeft Walter zijn eerste decennium als hardloper erop zitten en het lijkt erop dat hij zijn beste jaren nog voor zich heeft.

Als supporter van zijn vriendinnetje Evelien reist Walter in april 2010 af naar de Rotterdam Marathon. Met een biertje en een sigaretje kijkt hij geamuseerd naar het boeiende schouwspel. De vonk springt over. Stiekem, buitenaf in de late uurtjes, begint hij met hardlopen, of iets wat daar voor door moet gaan. Hoewel het lichaam in de eerste maanden piept en kraakt, geeft hij nooit op. De beloning voor de noeste arbeid volgt al snel: zeven maandjes later voltooit hij in de Ringkampsbulten zijn eerste wedstrijd. Waar een ander er een hardloopleven over doet om naar de marathon toe te werken, doet Walter dit al in het prille begin van zijn sportloopbaan. En wat voor één: in Athene, de bakermat van de marathon. Niet veel later volgen de marathons van Rotterdam, Amsterdam, Monschau, Berlijn en het noordelijke Spitsbergen (ongetwijfeld is het rijtje nog niet compleet).

Niet alleen als hardloper timmert Walter aan de weg. Binnen Ava’70 is hij een onmisbare schakel. Hij is het technische brein binnen de vereniging en is enkele jaren terug toegetreden tot het bestuur, hier verzet hij berenwerk. Maar zoals we Walter kennen, altijd achter de schermen, bescheiden en zelden op de voorgrond tredend. Dit wil niet zeggen dat zijn inzet niet wordt gewaardeerd. In 2016 wordt hij gekroond tot Vrijwilliger van het Jaar! Het ziet er naar uit dat we de komende decennia nog niet van Walter af zijn en we gaan zonder twijfel nog enorm van hem genieten, met of zonder startnummer!

vrijdag 24 april 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 222

Het Syndroom van Action
Je hoort het steeds in het nieuws voorbij komen; termen als onderliggende ziekten en risicogroepen. Als gezonde twintiger heb ik mij altijd onaantastbaar gevoeld, tot gisterenmorgen. Ik begon te twijfelen, val ik misschien toch binnen die risicogroep? Op het internet kon ik vrij weinig vinden, maar misschien kunnen jullie mij helpen. Loop ik gevaar? Ik heb namelijk het Syndroom van Action. 

Ik leg het even in het kort uit. De Action is een winkel waar ze alles verkopen voor een habbekrats. Het klantenbestand bestaat vooral uit voor-een-dubbeltje-op-de-eerste-rij types, die nog het lef hebben om terug te gaan met een kapot nagelschaartje van €0,38 cent, en de voertaal in de winkels is Duits. Bij de Action vind je: duizenddingendoekjes, vogelzaad, gomballen, bleekmiddel, magnesiumtabletten, handgrasmaaiers, opblaasbootjes, houdbare melk, glutenvrije kauwgum, hondenriemen, pritstiften, galiameloen uit blik, schilderijen met mooie vergezichten, suikerwafels, breinaalden, legpuzzels, broodtrommels, confettikanonnen, regenpakken, plastic bestek, Elvis Presley maskers, gelukskoekjes en ga zo nog maar even door. Ik kan de Action niet weerstaan.

Gisterenmorgen fietste ik in een uitstekend humeur naar de Action voor een doosje batterijen. Bij binnenkomst in de, onlangs gerenoveerde, rommelmarkt ging het al mis. Mijn handen kronkelden als ratelslangen door de schappen. Nog voor het verlaten van het eerste gangpad, was mijn blauwe mandje al half gevuld. “Hey, kneedgum! Dat kan altijd nog een keer van pas komen.” Ik kwam een vrouw tegen met die herkenbare ‘Syndroom van Action-blik’ in haar ogen. Ze had twee luchtbedden en een pedaalemmer in haar winkelwagen. “Ik kwam alleen voor een pak post-it velletje”, fluisterde ze.

Bij de kassa aangekomen, was ik zo’n dertig euro lichter. Terwijl ik de prullaria in mijn tas propte, schoot mij plots iets te binnen: “Ik ben de batterijen vergeten!” Met een roodhoofd en de staart tussen de benen liep ik de winkel weer in om de batterijen, het enige product wat ik daadwerkelijk nodig had, te pakken. Met een schuldgevoel reed ik huiswaarts. Is deze aandoening in deze tijd gevaarlijk of kan ik nog gewoon de straat op?

vrijdag 17 april 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 221

 “Vrolijk Pasen”, zegt een opgewekte Michiel, die al de hele ochtend als vermomde Paashaas bij Ava-leden langs de deur is gegaan om chocolade-eitjes te bezorgen
Wat een fijne mensen!

Het is paaszondag, iets na kwart over negen. Ik kom onder de douche vandaan en pak de handdoek van het haakje. Er wordt hard op de deur geklopt. “Ik sta nog onder de douche”, roep ik met enige schrik in mijn stem. Toch geen Jehova's Getuigen? Daar zit ik niet op te wachten. “Ik ben het!”, zegt een stem die ik aan Michiel Wellink koppel. Ik begin spontaan te lachen. Wat doet die mafketel hier nu al op dit vroege uur? Ik kleed me aan en trek de deur open. “Vrolijk Pasen”, zegt een opgewekte Michiel, die al de hele ochtend als vermomde Paashaas bij Ava-leden langs de deur is gegaan om chocolade-eitjes te bezorgen. “Om 7 uur zat ik al in de auto!” Ik schud mijn hoofd. Wat een fantastisch figuur, ongekend. 

Iedereen kent wel van de types waar je je altijd over verbaasd. Dat heb ik bij Michiel. De vrolijkheid, het enthousiasme en de energie die deze jongen heeft, is ongeëvenaard. Hij is uniek in zijn soort. Met een sociale behendigheid van buitengewoon niveau maakt Michiel zich populair bij iedereen. Een ander zou je al snel wegzetten als Popie Jopie of aansteller, maar bij ‘die kleine’ is het echt. Als Michiel ergens verschijnt, is moeder Janine nooit ver weg, terwijl pa de boerderij draaiende houdt. Of het nou om het rondbrengen van paaseitjes gaat, een verrassingsbezoekje bij één van Michiels wedstrijden her en der in het land, of samen wat Ava-gekken aanmoedigen in Berlijn, het kan niet gek genoeg. “I’j mot toch een betjen schik maken”, zegt Janine altijd. Martijn en Ruben, de oudere broers van Michiel, staan eveneens altijd te trappelen om met Michiel op stap te gaan. “Mijn Taxi is er”, roept Michiel dikwijls in het holst van de nacht. De jongste Wellink-telg wordt dan met de auto opgehaald, dat scheelt toch weer een stukkie fietsen. Prachtig om te zien. Ik benijd die mensen. Niet dat ik het zelf verkeerd getroffen heb, integendeel, maar zoals zij met elkaar omgaan is van een andere orde.

“In welk hotel zitten jullie, dan komen we nog even wat langs brengen”, appt Michiel na afloop van de Berlijn Marathon in 2019. “Doe niet zo gek man, we zitten ergens in Oost-Berlijn weggestopt, vlakbij de Poolse grens.” Hoewel ik wist dat mijn poging om hun krankzinnige idee om heel Berlijn te doorkruisen uit het hoofd te praten tevergeefs was, was ik alsnog stomverbaasd toen ik het pakketje van de receptionist in de handen gedrukt kreeg. Mijn onderlip begon te trillen in de hotellobby en nu ik eraan terug denk, krijg ik opnieuw een brok in mijn keel. Wat een fijne mensen.  

woensdag 8 april 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 220

Andre perst er nog een eindsprintje uit en beëindigd na iets meer dan vier uur zijn avontuur
André Balke voltooit ‘zijn’ marathon!

Gretig pakt hij de bidon aan en zet hem aan zijn mond. Een paar teugen water slurpt hij naar binnen. De helft spuugt hij onmiddellijk weer uit. Hij schudt kenmerkend met zijn hoofd. Voor de zoveelste keer speelt Jerrel het nummer You’ll Never Walk Alone af. Nog twee keer die vervelende beklimming op de Slaadijk. Een kuitenbijter die maar niet lijkt af te vlakken. André is bezig aan een monsterlijk avontuur. Zijn gelaat wordt met het verstrijken van de kilometers grauwer maar die marathon gaat hij volbrengen, dat staat vast. 

Steeds meer supporters krijgen lucht van het spektakel. Een gevaarlijke tendens aangezien de handhavers in de sloot liggen om de anderhalve meter-overtreders op de bon te slingeren. “Ga is uit elkaar, sukkels, stelletje kneuzen!”, snauwt een boze vrouw – die vermoedelijk al twintig jaar in een verstandhuwelijk zit en die door de nieuwe corona-maatregels in een nieuw dieptepunt is beland – naar Jerrel en André. “Wij zijn familie”, roept Jerrel in een poging  om de vleesgeworden verbitterdheid van repliek te dienen. André sjokt onverstoorbaar door.  Geen handhaver of moraalridder die hem van zijn stuk kan brengen

Her en der op het parcours stellen supporters zich op. Ingrid van Zolingen staat na twintig jaar weer op de skeelers. Ze waggelt soms als een pasgeboren hertje met een heupafwijking, maar ze houdt zich staande. Inez Balke kijkt af en toe om en glimlacht stiekem om het gestuntel. André maakt ondertussen ook stuiptrekkingen. De kramp in zijn bovenbenen dwingt hem kortstondig  tot wandelen, dit tot grote hilariteit van zijn jongeste zoon Sem, die inmiddels ook uit zijn nest is. Nog één ronde te gaan. André loopt deze marathon als vervanging van zijn geplande marathon in Rotterdam. Om de kwelling nog wat groter te maken loopt hij negen maal dezelfde ronde. In  de slotronde slaakt hij met enige regelmaat wat pijnkreten uit en mompelt zo nu en dan iets onverstaanbaars. Hij perst er nog een eindsprintje uit en beëindigd na iets meer dan vier uur zijn avontuur, Jerrel en Sem heffen trots de handen in de lucht. Een bewonderenswaardige prestatie van een bewonderenswaardige sportman. Respect.   

vrijdag 3 april 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 219

“Hier, ik sta weer bovenaan”
Het is rumoerig in de App van de A-groep. De atleten, die normaal als makke lammetjes achter herder Gerben Duenk aanlopen, vliegen elkaar nu massaal in de haren. Aanstichter is - niet voor het eerst - Rinke ter Haar. Hij heeft zijn collega-lopers uit de tent gelokt met een Strava-challenge. Een inkoppertje voor mannen in vorm als Wouter Raben en Luuk te Brake, die Rinke in een mum van tijd het zwijgen oplegden. Toen was het hek van de dam.

Rinke is groot fan van de dubieuze sportapplicatie Strava. Jaren geleden kwam al aan het licht dat de controleerbaarheid van Strava van een bedenkelijk niveau is. Rinke nam, op ‘zijn’ Beeklaan, de proef op de som tegen zijn oudste zoon Sam. Rinke kwam een handvol seconden later dan Sam boven, het horloge beweerde echter het tegendeel. Rinke bekroonde zichzelf tot King of the Beeklaan. Sam haalde zijn schouders op en schudde zijn wijze hoofd. Dat die titel iets uit het verleden is, is inmiddels duidelijk maar het illustreert de onbetrouwbaarheid van Strava. Nog een voorbeeld. Geert Wevers, ons allen bekend, is in het bezit van meerdere records. Niet omdat hij zo’n rassprinter is, integendeel, hij drukte gewoon zijn horloge aan terwijl hij op de mountainbike zat. Types als Lars Duistermaat en Remi Rondeel hebben tot op de dag van vandaag het nakijken.

De nieuwe challenge, binnen de A-groep het gesprek van de dag, bevindt zich op de Boterdijk. Nadat Rinke het bommetje had gedropt, werd zijn record meermaals aan diggelen gelopen. Eerst door kilometervreter Wouter Raben en vervolgens door Luuk te Brake. Laatstgenoemde had speciaal voor dit segment een Strava-account aangemaakt. Ik schat dat hij met zijn digitale skills hier een hele middag voor heeft uitgetrokken. Luuk showde heel triomfantelijk zijn record en had niet verwacht dat er binnen zijn eigen familie een NSB-er klaarstond om hem te liquideren. Mark dook twintig seconden onder de tijd van Luuk, tot grote hilariteit van velen. Nadat ook Kay Kranenburg en Cindy Brussé de tijd van Rinke verpulverden, roerde Patrick Ikink zich. “Pak toch gewoon de fiets, dat doen er wel meer op Strava..”, Iedereen wist dat hij met deze opmerking een dolk in de rug van Geert stak.

Rinke kreeg bijval van Robbin Wubbels: “Rinke hoeft toch niet binnen een week de top 10 uit?” Deze goedbedoelde maar kleinerende opmerking was voor RInke de druppel. “Hier, ik sta weer bovenaan”, berichtte hij een paar uur later. Zijn opmerking voorzag hij van een screenshot waarop zijn prestatie zichtbaar was. De onverbeterlijke Rinke had weer een nieuw segment aangemaakt. Ook op de Boterdijk maar dan ‘andersumme’…. Zal hij het ooit leren?

Wordt ongetwijfeld vervolgd. Misschien kan Rinke zelf wel een toelichting geven.

woensdag 1 april 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 218

Ik zal er staan bij de eerstvolgende wedstrijd – ergens in maart 2023 – en niemand zal merken dat ik meer dan drie maanden geen flikker heb uitgevoerd
Buiten het oog van de camera schaaf ik aan mijn vorm

Ik ben als de dood dat ik een kogel in mijn nek krijg. Als een angstig hertje dat in de koplampen van een vrachtwagen kijkt, schuifel ik door de Albert Heijn. Oren gespitst, ogen zo groot als pingpongballen en constant op mijn hoede. Als ik nu begin te kuchen riskeer ik een levenslange gevangenisstraf en alsof de duvel ermee speelt;  immer als ik volk zie, steekt een kriebelhoest de kop op….

In mijn eigen hutje voel ik mij als een vis in het water. Gaskachel op standje tropisch, Renéetje Froger ergens op de achtergrond en lekker wegdromen in een doktersroman. In reclamespotjes drukken types als Henny Huisman en Ben Cramer mij op het hart om anderhalve meter afstand te houden en zingen Rob Geus en Ellie Lust mij bemoedigend toe. Tussen de bedrijven door klap ik mijn handen stuk voor onze vitale beroepsbeoefenaars en roep nog iets naar de buurvrouw in de trant van: het komt nu wel heel dichtbij… ’s Avonds doe ik de gordijnen dicht en krul mij op mijn yogamat. Ik doe de Downward-Facing Dog, de Extended Puppy of de Revolved Head-to-Knee. Als de wind zich gedeisd houdt spring ik op de fiets en als de schemer zijn intrede doet wandel ik zigzaggend langs hondenbezitters en gefrustreerde thuiswerkers. 

Deze sociale dinges komt voor mij op het juiste moment. Komende zondag trek ik na ruim honderd dagen mijn hardloopschoenen weer aan en kan ik in alle rust en anonimiteit werken aan mijn herstel. Op Strava is te zien hoe heel Nederland zich in het zweet werkt, de Te Brake-broerders jagen elkaar over de kling met steeds snellere duurlopen en op de socials struikel je over de wc-rol challenges. Buiten het oog van de camera schaaf ik aan mij vorm. Niemand laat ik meegenieten van mijn strenge regime. Het voedingschema, de krachttrainingen, de tientallen Alpenbeklimmingen op mijn Tacx en herstelmomenten in het ijsbad zijn puur en alleen voor me, myself and i. Ik zal er staan bij de eerstvolgende wedstrijd – ergens in maart 2023 – en niemand zal merken dat ik meer dan drie maanden geen flikker heb uitgevoerd. #zinin

donderdag 19 maart 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 217

Marcel Kittel wint de 3e etappe van de Tour de France van 2014
Zijn toch weer zes uurtjes

Even weg van Ab Oosterhaus en Barbara Baarsma. Ben nu al mening- en duidingsmoe. Op SBS6 liepen Frank en Rogier in de kringloopwinkel. De nog nichterigere en mindere grappige equivalent van Geer & Goor is op zoek naar een rode stoel. Wat is erger, dacht ik bij mezelf. Drie weken in quarantaine zonder toiletpapier of nog een aflevering van Paleis voor een Prikkie. Ik twijfel nog steeds. Dat terzijde.

De muren van mijn ruime bezemkast op de Hollenberg komen nu al op mij af. Ik schreeuwde vanmiddag schaamteloos tegen een sok die pas na drie pogingen aan de waslijn bleef hangen. “Flik dat nog eens”, riep ik met veel ergernis, zwaaiend met mijn wijsvinger. Het dieptepunt moest echter nog komen: online onderwijs. Van de dertig deelnemers kreeg één lul-de-behanger zijn camera niet aan. Dat was ik. Via mijn microfoon deelde ik, in een lang monoloog, aan iedereen mee wat voor digibeet ik was. Toen na twee minuten iemand spontaan door mij heen begon te kwebbelen, kwam het besef dat ook mijn microfoon het niet deed. Als een dwaas had ik in het luchtledige zitten lullen. In mijn ooghoek zag ik ook de desbetreffende sok, die ik net nog van jetje had gegeven, weer naar beneden dwarrelen. Ik gaf hem mijn middelvinger. 

Omdat een goedlachse dokter, die mij overigens geen hand wilde geven, mij afgelopen week een dolk in de rug stak met de mededeling: “over vier weekjes kun je weer lekker beginnen met hardlopen”, begint het duimendraaien nu echt ernstige vormen aan te nemen. Veertien weken niet hardlopen, door een breukje zo groot als het empathisch vermogen van minister Wiebes, is echt teveel van het goede. Ik verveel me de kolere. Nou, nu eerste etappe drie van de Tour de France van 2014 terugkijken, met Marcel Kittel als winnaar. Zijn toch weer zes uurtjes……  

zondag 23 februari 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 216

Luuk ligt uitgeput op de bank bij de familie Wevers, zijn voetjes houdt hij vlak voor de gloednieuwe en behaaglijk warme kachel
Zwetend word ik wakker

Luuk ligt uitgeput op de bank bij de familie Wevers. Zijn voetjes houdt hij vlak voor de gloednieuwe en behaaglijk warme kachel. Het is dezelfde kachel die de man des huizes – Geert – laatst zo schaamteloos aanprees op dit blog. Ongetwijfeld heeft Geert een fikse korting gekregen op dit pronkstuk. Zal ik de sponsor nog even noemen? De Heide Smid! De Heide Smid! De Heide Smid! Misschien kan ik dan ook wat moois krijgen, ter vervanging van die koolmonoxidevergiftiging-uitlokkende gaskachel. Dit terzijde. 

Terug naar Luuk. Hij is keihard in training voor de Rotterdam Marathon. Geen vet meer op zijn botten, de jukbeenderen duidelijk zichtbaar en fitter dan ooit. Als die paniekzaaierij om die nepgriep niet tot de Havenstad doordringt, kan hij op 5 april wel eens een prachtige prestatie gaan neerzetten op de klassieke afstand. Luuk doet zich altijd voor als de praatjesmakende flierefluiter die het allemaal niet zo nauw neemt, maar neem van mij aan; hij is nu al poepie zenuwachtig. Bij ieder pijntje spoedt hij zich naar fysiobroertje Mark en anders vraagt hij papa Jan wel of die nog een paar pillen achterover kan drukken. Hij laat niets aan het toeval over. Looptalent heeft hij voldoende, dus een tijd van 3.15 uur zit in het vat, wellicht nog wel sneller. Ik wil er natuurlijk geen druk op leggen…..

Ik heb er laatst zelfs over gedroomd. Ik sta midden op de Coolsingel bier te tanken met Bartje Wesselink, fysiobroertje Mark en nog wat gespuis. Het is bloedheet en de stemming is opperbest. De hoempapamuziek dwingt ons tot het maken van een dansje. Voordat we er erg in hebben komt Luuk er al aan. 2.51 uur staat er op de klok met nog zo’n zestig meter te gaan, een tijd dik onder de 3 uur. wauw! Als hij ons ziet, is het lopen echter gedaan. Zonder aarzeling bestelt hij, met het schuim op zijn bek en het bloed uit zijn tepels, een biertje. Hij is met geen stok naar de finish te slaan. Bartje moet er met zijn kenmerkende lach keihard om gieren, maar fysiobroertje Mark en ik kunnen schreeuwen en lullen wat we willen, maar hij loopt geen meter meer. De klok tikt door. Luuk danst er lustig op los en wenkt de ober voor nog een pilsje. Tot overmaat van ramp komt prins carnaval Björn Demkes ook nog bij ons staan. Hij is al lang gefinisht, in 2.25 of iets dergelijks. Hij spoort Luuk aan om nog meer te drinken. Voorop in de polonaise ziet Luuk zijn sub 3-uurtijd langzaam wegtikken. Als vader Jan de Coolsingel opdraait om ook een tijd onder de 3 uur neer te zetten, komt bij Luuk het besef. Met een klap klettert zijn glas bier op het asfalt. Als een optrekkende Tesla schiet hij naar de finish en wint met een duimbreedte voorsprong de sprint van zijn vader. 2.57 en een beetje.

Zwetend word ik wakker.

dinsdag 21 januari 2020

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 215

Ik verveel me de kolere!
“Ik ben godsgruwelijk chagrijnig en ik stink ook"

Ik verveel me de kolere. Het is toch geen porum om op zaterdagochtend half 11 een aflevering van Flikken Maastricht te bekijken. Ik vind de avonturen van Wolfs en Eva reuze boeiend maar ik kan mij wel wat leukers bedenken. Ik benijd de comakijkers en modeltreinfanaten, zelf speel ik echter liever buiten.

Na een dag of twintig gips is de nieuwigheid er wel af. Die klomp om mijn been is nog niet zo’n ramp en die voorgenomen marathon van Rotterdam kan ik ook missen als kiespijn, ik word vooral erg moe van mezelf. Nadat ik met gevaar voor eigen leven de trap ben afgekomen, kom ik erachter dat mijn telefoon nog in de badkamer ligt. Ook nog niet zo’n spul maar als dat drie keer per week gebeurt, wekt het enige irritatie. Laatst nog: met mijn wandelstokken vlieg ik richting de keuken en ik wrijf mij spreekwoordelijk in de handen voor een bakje koffie. Godsamme, hoe krijg ik die koffie nou terug in de woonkamer? Ik klim op het aanrecht en neem plaats naast het Senseo-apparaat, dan drink ik hier de koffie maar op.

Ik stink ook. Met vochtige doekjes punnik ik de meest hard geworden smeer tussen de tenen weg maar ik kan de graflucht dat onder het gips vandaan komt niet verbloemen. Als ik vijftien meter met krukken heb gelopen, begin ik te zweten als een Franse schimmelkaas die vier dagen buiten de koelkast heeft gelegen en van die geur word je gedurende de dag ook niet enthousiast, daar kan geen deo tegenop.

Aan Netflixen heb ik een hekel, Videoland is voor losers, ik heb geen idee wat het verschil is tussen een PlayStation of een Xbox en kruiswoordpuzzels…. Ik ben volgens mij het type niet voor acht verticaal en zes horizontaal. Verder gaat het prima hoor, het is slechts een breukje dus waar gaat het over, maar ik ben godsgruwelijk chagrijnig. Gelukkig kan ik dat goed verbergen.

maandag 28 oktober 2019

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 214

Waar ligt toch in vredesnaam jouw omslagpunt? 
Waar ligt toch in vredesnaam jouw omslagpunt?  

“Waar ligt bij jou het omslagpunt?”, vroeg van de week een atlete aan één van haar clubmaatjes. Hoorde ik dat nou goed? Ik moet altijd oppassen dat ik niet in mijn broek schijt van het lachen als ik atleten zo met elkaar hoor praten, zeker als het hardlopers betreft van mijn eigen bedenkelijke niveau. Hoewel ik als looptrainer best geïnteresseerd ben in het omslagpunt, maximale hartslag of loopfrequentie, neem ik dat soort gesprekjes maar zelden serieus. Mijn omslagpunt ligt overigens bij een halve liter of negen maar dit terzijde…

Op de één of andere manier hoort die semi-intellectuele prietpraat bij een bepaald slag hardloper. Je haalt ze er zo uit. In mijn nabije omgeving worden zulke onderwerpen niet vaak aangesneden, misschien ook omdat de meesten weten dat ze dan keihard worden uitgelachen en met de grond gelijk worden gemaakt (niet alleen door ondergetekende). Zelfs Mark te Brake - de man van 2.31 uur – hoor je daar nooit over. Hij heeft wel een horloge met moderne snufjes en hij houdt het ook allemaal in de gaten maar hij roept zelden in de kroeg: “Goh jongens, ik heb me toch een lekker potje in zone 2 getraind vanmiddag!” Nee hij loopt gewoon, nou ja gewoon, 2.31 uur op de marathon is uiteraard niet helemaal gewoon!

Ik zelf liep laatst in Berlijn – met kramp tot in mijn jukbeenderen – 3.36 uur, geen tijd waarmee je bij de meisjes echt indruk maakt. Nu zag ik op mijn rekenmachine dat Mark dus 65 minuten sneller was dan ik! Dan denk je toch al snel: wat kun je allemaal doen in 65 minuten? Een enkeltje Aalten – Arnhem, plus een kop koffie en een frikandelbroodje in de Kiosk. Een helftje voetballen, inclusief lange blessuretijd en een theepauze die uitloopt. Een vlucht Schiphol – Londen Stansted met daaropvolgend de snelshuttle naar het hart van de Engelse hoofdstad. Die 65 minuten is zo bespottelijk veel, dat ik eigenlijk geen andere keuze heb dan al mijn Brooks en Adidasjes te verbranden en mijn heil te zoeken in een andere sport. Uiteraard doe ik dat niet, want wat moeten ze bij Ava70 zonder mij?

Wat een prestatie. Met open mond heb ik er naar zitten kijken. Zonder enige blijk van vermoeidheid doorstond Mark zijn eerste marathon, waarin de tweede helft nog enkele seconden sneller ging dan de eerste. Zijn broer Luuk moet in Rotterdam flink aan de bak om deze tijd te overtreffen, hier later meer over. Er is alleen nog één vraag die ik Mark heel dringend een keer moet stellen: waar ligt toch in vredesnaam jouw omslagpunt?   

zaterdag 19 oktober 2019

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 213

Uren, soms dagen, doen we erover om het einde van de Zwanenbroekweg te bereiken
Iedereen heeft zijn eigen Zwanenbroekweg

Ik word er de laatste weken regelmatig zwetend wakker van. In een terugkerende nachtmerrie waan ik mij, samen met mijn loopmaatjes, op de Zwanenbroekweg. Het is immer koud. Welke kant je ook oploopt, de gure wind staat altijd pal tegen en het is pikkedonker. Ergens, lichtjaren verderop is een lampje zichtbaar op een erf. “Jullie gaan versnellen van boerderij naar boerderij”, roept de trainer met een satanisch genoegen. Zonder tegenspraak volgen de atleten de bevelen van de trainer op. Het is een eindeloze tocht tot de eerstvolgende boerderij. Vaag is zichtbaar dat enkele schimmige figuren de boerderijen steeds verder weg drukken. Uren, soms dagen, doen we erover om het einde van de Zwanenbroekweg te bereiken…… 

Het is weer die tijd van het jaar. Hesje aan, koplampje op en minutenlang twijfelen voor de kledingkast: lange of korte broek? Wat je ook besluit, het pakt altijd verkeerd uit. Die eerste overgangsweken van de zomer naar de winter zijn het ergste maar op een gegeven moment weet je niet meer beter. De te belopen routes verdienen veelal niet de schoonheidsprijs en komen zelden in aanmerking voor de erfgoedlijst van Unesco. Als oefenmeester moet je heel stevig in je schoenen staan, want in de winter doe je het – in de ogen van de verwende atleten – het niet snel goed. 

Iedereen heeft wel zijn eigen Zwanenbroekweg.  Zwelgend in zelfmedelijden op het fietspad richting Den Tappen – en terug, ploeteren langs de Hamelandroute vanaf de Domme Aanleg, vloekend op het ellendige valsplat van de Romienendiek of reikhalzend uitkijken naar het onvindbare einde van de Driehonderdmeterweg, vooral voor beginnende hardlopers een misleidend ding! Verblindt door de koplampen van een tegemoetkomende trekker en biddend dat je op de lantaarnpaalloze stukken niet met je rechtervoet in een net iets te diepe kuil stapt, mokken en zeuren om die ijskoude regen. Het zijn depressieve tijden voor de hardloper, behalve voor dat groepje tenenkrommende ‘schijn- optimisten’ dat spreekt over ‘buitenspelen voor volwassenen’, of die ene moraalridder die onder de douche roept: “Hmm, heerlijk! Hier doen we het toch allemaal voor? Die kilometers pakt niemand ons meer af.” Donder toch een end op!

Veel loopplezier

vrijdag 11 oktober 2019

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 212

Samen met jeugdvrienden Evelien en Walter bezocht ik de Duitse hoofdstad
De gortdroge zomer zijn we al lang weer vergeten en we ergeren ons inmiddels kapot aan dat druilerige hondenweer. Iedereen is toe aan een leuk verzetje, dus het schrijvende fenomeen moet de pen maar weer eens uit het vet halen. Een sabbatical? Een stIlteretraite in een Limburgs klooster? Een zomerdepressie? Nee hoor, niks van dat alles; ik was er gewoon even helemaal klaar mee. Nu ben ik terug, met het schuim op m'n bek. De komende weken brand ik weer alles en iedereen vanaf de achillespezen af en laat ik mensen over de grond kruipen van het lachen, zoals alleen ik dat kan. Lullige onderwerpjes als homo-emancipatie, racisme en vrouwenquota ga ik moeiteloos uit de weg. Ik richt me, zoals jullie gewend zijn, puur op belangrijke zaken. 

Even 14 dagen terug in de tijd: vriendenweekend in Berlijn. Samen met jeugdvrienden Evelien en Walter bezocht ik de Duitse hoofdstad. Goh, wat hebben we gelachen. Op vrijdagavond het café in, met alle gevolgen van dien. Met onze eigen graffitispuit hebben we de East Side Gallery wat 'verfraaid'. Op zaterdagmorgen een gezellige fotoshoot bij het holocaust monument en daarna heeft Walter de Gedächtniskirche nog geswaffeld, na de toren van Pisa en de watertoren van Eibergen, ontbrak deze historische kerk nog op zijn lijstje. Naast alle culturele activiteiten, hebben we ook nog wat terrasjes gepakt.

Na de marathon op zondagmorgen zijn we opnieuw de stad ingedoken. Deze middag hebben we ons wat minder netjes gedragen dus hier hebben we over gezegd: "What in Berlin stays, happens there" of zoiets, Duits blijft een lastige taal. Op maandag zijn we tien ervaringen rijker en dertig illusies armer weer huiswaards gekeerd. Het volgende vriendenweekend staat voor april 2020 gepland, dan gaan we Rotterdam ontdekken. #zinin

donderdag 4 juli 2019

Column: Erwin’s zin en onzin - deel 211

Bart Wesselink
Is Bart misschien toch van dubbelglas?

Bart Wesselink houdt al jaren in zijn eentje alle Achterhoekse fysiotherapeuten van de straat. Van een gebroken oorschelp tot een lekkende knieschijf en van een spastische rib tot een instabiele bekkenbodem, Bart kan overal over meepraten. Niets blijft hem bespaard. in vergelijking tot Bart is Arjen Robben onbreekbaar. Hierdoor gaat de goedlachse Brevoorter al jaren door het leven als  ‘de man van glas’. 

Het gevaar ligt voor Bart altijd op de loer. Bij een milde oostenwind loopt hij zomaar het risico dat zijn schouder uit de kom waait. Bij het afstappen van een stoeprandje is eveneens voorzichtigheid geboden, want een verbrijzeld scheenbeen is in zijn geval niet ondenkbaar. Toen hij onlangs weer aantrad voor het Ava70-competitieteam, hielden zijn ploeggenoten hun hart vast. Er werden met andere teams zelfs weddenschappen afgesloten over de te verwachten kwetsuur. Enkele naïevelingen gokten erop dat Bart heel zou blijven na zijn 200 meter, hier werd smakelijk om gelachen. Het was even schrikken toen Bart daadwerkelijk geen schade had opgelopen. Drie dagen later bleek hij nog geen enkele therapeut bezocht te hebben, de vlag kon uit. In de Ardennen nam hij opnieuw een groot risico; deelname aan een trail over 10 kilometer. Een begeleidingsteam van vier atleten gingen met hem op pad. De groep stond in directe verbinding met een ambulance en een traumahelikopter maar wederom hield het lichaam het. Een bedevaartstocht naar Kevelaer of een onderdompeling in het geneeskrachtige water van Lourdes? Hij is al drie maanden fit!

De volgende zware beproeving was een concert van Rammstein in de Kuip. Hij danste en sprong bij ieder nummer en zelfs tijdens de welbekende ‘moshpits’ liep hij geen schedelbasisfractuur op, de medici in de Achterhoek stonden voor een raadsel. Enkele fysiotherapeuten in Oost-Nederland verkeren zelfs al in financiële nood. Ook de laatste hindernis nam hij zonder problemen: zijn eigen Bar(g)loop (volgend jaar weer?). Hij dartelde lichtvoetig over het schitterende parcours. Na het Bargfeest van zaterdag belandde hij - na het veertiende mixdrankje - bijna in een coma maar zelfs dit wist hij te voorkomen.

Is hier sprake van tijdelijke fitheid of is Bart misschien toch van dubbelglas?