Posts tonen met het label Medemblik. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Medemblik. Alle posts tonen

dinsdag 28 juli 2020

Medemblik-Wervershoof-Onderdijk

Het stoommachinemuseum 
Vanaf ons huisje op het park in Medemblik zijn we met ruim een kilometer bij het stoommachinemuseum. Het is er nog erg rustig als we even een kijkje nemen. Het Nederlands Stoommachinemuseum houdt de geschiedenis van zowel het stoomgemaal 'Vier Noorder Koggen' alsmede de ontwikkeling en betekenis van stoommachines levend. De originele pompen en een groot aantal prachtige machines, die bijna allemaal op stoom kunnen draaien, geven een mooi tijdsbeeld weer. Stoom was belangrijk en stoom is belangrijk in ons dagelijks leven. Voor de schepen op het IJsselmeer is er recht vooruit een kade van stortsteen te zien, een onderdeel van de nieuwe jachthaven voor de ‘bruine vloot’. Daardoor is het Stoommachinemuseum, met links de hoge schoorsteen als ‘landmark’, voor historische schepen bereikbaar.

We lopen verder en komen in de Groote Vliet en Vlietlanden. De Groote Vliet is eigenlijk een uitgewaaid binnenmeer van de Vliet of Kromme Leek, een restant van een vroegere zeekreek. De oeverlanden laten zien hoe het hier vroeger was, het vaarpolderlandschap van vóór de ruilverkaveling in de jaren zeventig. Schrale, drasse graslanden met brede hoogwatersloten met helder, voedselarm en gebiedseigen water. Rondom stroken moerasbos met elzen, berken, wilgen en populieren.

Via het gemeentelijk Kaagbos, gaan we de dijk op en zien het genoemde Gemaal Vier Noorder Koggen liggen. Tussen de twee aanvoersloten ligt een brede ‘kofferdam’ die het laag- en hoogwater scheidt. Het poldergemaal pompt het water 2 tot 2,5 meter op naar op het IJsselmeerpeil van 0,20 - NAP, aangedreven door zowel diesel- als elektromotoren. We volgen de dijk, die loopt van Andijk naar Medemblik, enkele kilometers en houden rechts steeds zicht op het IJsselmeer. Op het strandje naast de lage graskade zijn nog oude zoutwaterschelpen te vinden uit de Zuiderzeetijd en in het Zeedijktalud zijn grote platte gletsjerstenen te zien, onder meer afkomstig van Drentse hunebedden. Ze zijn hier met de hand gezet na 1731 toen de paalworm de houten bekisting van de oude wierdijk begon door te vreten.

Na ruim 13 kilometer en bijna 3 uur wandelen zit ons rondje er op. Het was een mooie afwisselende tocht langs oude en nieuwe landschappen, vanuit Medemblik naar Wervershoof en Onderdijk. Klik op de link voor enkele foto's.

zondag 26 juli 2020

Medemblik-Opperdoes

Prachtige plek, achter in de tuin van ons huisje

Jeroen en Merle zijn enkele dagen bij ons op bezoek in Medemblik en zoals bijna ieder jaar heeft eerstgenoemde zijn hardloopschoenen mee genomen. Vanaf ons vakantiepark lopen we een mooi rondje door de omgeving van het knusse stadje. Na de eerste kilometer langs het IJsselmeer komen we al vrij snel bij kasteel Radboud. Het staat aan de oostkant van de haven en dateert uit het jaar 1288. Het is één van de vele kastelen in de provincie Noord-Holland, die gebouwd werden in opdracht van Floris V. Hij zette deze burchten neer in de periode van vijf jaar. Een recordtempo, normaal was er in die tijd een jaar of 10 voor nodig om één kasteel te bouwen, laat staan vijf. Kasteel Radboud is de enige die is overgebleven.

Het kasteel was een zogenoemde dwangburcht want Floris wilde niet alleen een dam opwerpen tegen de veelvuldige infiltraties in zijn gebied door de Friezen, maar ook steunpunten hebben van waaruit hij de pas onderworpen West-Friezen onder de duim kon houden. Oorspronkelijk had het kasteel in grote lijnen dezelfde plattegrond als het Muiderslot. Daarvan resteren nog twee woonvleugels, twee vierkante torens en een ronde hoektoren. De rest is in de loop der eeuwen verdwenen, alleen de contouren zijn nog zichtbaar. Op 4 september 1939 werd Rembrandts schilderij De Nachtwacht hier tijdelijk in veiligheid gebracht, voordat het in mei 1940 naar een bunker in de duinen bij Castricum verhuisde. Kasteel Radboud was van 1889 tot 15 januari 2016 eigendom van de Nederlandse staat en viel destijds onder de Rijksgebouwendienst. Het monument is op die datum overgedragen aan de Nationale Monumentenorganisatie.

Via de Pekelharinghaven lopen we het stadje binnen en als we de drukke winkelstraat gehad hebben zijn we het centrum ook al weer uit. Op het goede gevoel lopen we verder en komen een paar kilometer verder in het plaatsje Opperdoes. Het wordt ook wel Klein-Giethoorn genoemd, omdat net als Giethoorn een deel van de plaats bestaat uit bruggetjes over de waterwegen naar de huizen en boerderijen. Maar in plaats van punters zijn er schuiten en wordt het geheel niet zo sterk toeristisch uitgebuit. Er is wel een camping die het uitdraagt en de bijnaam als naam draagt.

Als we toevalligerwijs deze camping oplopen denken we dat we er aan de achterkant wel weer vanaf kunnen maar dat blijkt niet zo te zijn. Op een gegeven moment kunnen we niet verder en moeten we dezelfde weg terug lopen of dwars over een groot weiland naar een boerderij die we in de verte zien liggen. We besluiten de laatste optie te nemen en zien een paar honderd meter verder enkele auto's rijden. Als we op de verharde weg uitkomen hebben we eigenlijk geen idee meer waar we zijn en vragen een tegemoetkomende fietser naar de weg. 'Oh dat moet je nog een best eind' is het antwoord dat we krijgen. Na een uitleg waar we het beste heen kunnen lopen, blijkt het achteraf gelukkig nog mee te vallen. Een kilometer of vier verder zijn we weer 'thuis' en hebben er een mooi tochtje opzitten.
Kasteel Radboud