Beelden van de jeugdloop van de 1e Boer’n Drek-Run in Nieuw Wehl. De video is gemaakt door Eric Beatse, de Kiekjesdief. Beelden van de volwassenen volgen zo snel mogelijk.
vrijdag 21 augustus 2015
Video van de 1e Boer’n Drek-Run in Nieuw Wehl
Beelden van de jeugdloop van de 1e Boer’n Drek-Run in Nieuw Wehl. De video is gemaakt door Eric Beatse, de Kiekjesdief. Beelden van de volwassenen volgen zo snel mogelijk.
donderdag 20 augustus 2015
Jan Wevers, een mooi afscheid (13)
![]() |
| Jan Wevers, die achterkant ken ik maar al te goed… |
Donderdag 20
augustus hebben we op indrukwekkende wijze afscheid genomen van Jan Wevers.
Ruim een maand geleden hebben Gerdy en ik op een memorabele zondagmorgen met
Jan een mooi gesprek mogen hebben over zijn passie, het hardlopen. Jan op de
fiets van Ria, en wij al rennend. Jan was toen al ziek, maar had nog de energie
en zin om een eindje met ons op te fietsen. Het was een mooi gesprek, en we
vinden het erg mooi en bijzonder dat we een fijn stuksken over Jan hebben mogen
schrijven. Een waardevolle,
warme herinnering!
In de prachtige
afscheidsdienst werd een mooi beeld geschetst van Jan door zijn dierbaren, een
beeld dat ons maar al te bekend voorkomt: nuchter, realistisch, geen poeha,
aandacht voor de medemens. Vanmorgen heb ik het rondje gerend dat Gerdy en ik
samen met Jan gerend hebben op zondag 12 juli. Al hardlopend kwam het gesprek
weer naar boven. Zijn bescheidenheid over zijn prestaties, zijn nuchtere,
realistische kijk op zijn ziekte. Jan accepteerde het leven zoals het kwam, en
stak geen energie in zaken waar hij toch geen invloed op had. Daar waar wel
eigen inbreng nodig was, zette Jan zijn schouders eronder met discipline,
volharding en realisme. Zoon Emiel bracht dit tijdens de dienst prachtig onder
woorden.
Tijdens de
ochtendloop moest ik denken aan een column die ik in de vakantie in de
Volkskrant gelezen heb. De column ging over de “twenty-four / zeven” – modus,
de stand waar we met z’n allen zo langzamerhand in komen te staan. We zijn
allemaal dag en nacht bereikbaar, de mobiel staat altijd aan; tv-programma’s
die we gemist hebben kijken we terug via uitzending gemist; via Netflix, HBO,
via Fox Sport kunnen we de series en wedstijden kijken die je écht gezien moet
hebben. Tijd voor rust, voor bezinning of zomaar wat lummelen lijkt er niet
meer te zijn. Ongemerkt doe ik er ook aan mee: tijdens de vakantie check mijn
mail, ik krijg en verstuur app’jes, kijk of er nog nieuws op facebook staat…Het
boek dat ik had willen lezen in de vakantie heb ik niet uitgekregen. En
daarnaast maak ik me stiekem naar of wind me op over een werk gerelateerd
mailtje of app’je, mijn gezin mag dit natuurlijk niet merken. Tijdens de
vakantie – een weekendje Zuid-Limburg – was ik eigenlijk alleen tijdens mijn
ochtendloopjes op de Cauberg en Keutenberg niet bereikbaar. Als ik dit zo
schrijf, realiseer ik me dat dit toch eigenlijk te bizar voor woorden is.
Jan had een
wijsheid en een rust over zich waar we met z’n allen nog veel van kunnen leren,
mezelf voorop. De kop niet gek laten maken, genieten van de kleine dingen, tijd
nemen voor een goed boek of gesprek. En zo rennende en prakkiserende deze
ochtend prees ik mezelf gelukkig dat ik Jan Wevers heb mogen leren kennen: een
wijs man, met een goeie kop en een mooie hoed!
In de
afscheidsdienst werd ik verrast door het Desiderata, voorgelezen door zoon
Yannic. Desiderata –
ik heb het opgezocht – is Latijn
voor "verlangde zaken" en is een gedicht uit 1927 van de Amerikaanse schrijver Max Ehrmann (1872–1945). Wat een prachtig gedicht en een prachtige
wijsheid, de 10 geboden zijn er niks bij! Bedankt hiervoor!
Als social-media-junk en als workaholic heb ik me een
jaar of 3 geleden bedacht dat hardlopen misschien wel eens goed voor me zou
kunnen zijn. Fijn de kop los lopen, in het zweet des aanschijns. Sindsdien heb
ik mooie mensen ontmoet, waarvan Jan een hele mooie is. Als het me nog niet zo
goed lukt om de zojuist verworven wijsheden van Jan te implementeren in mijn
eigen doen en laten, loop ik gewoon weer het rondje over de Haart dat we met
Jan gelopen / gefietst hebben. Natuurlijk heb ik een ander karakter dan Jan,
maar als ik het rondje maar vaak genoeg ren, en Jan rent in gedachten mee, dan
slijten deze wijsheden allicht vanzelf in mijn wat “rospelig” gemoed.
Tijdens de dienst werd er mooie muziek gedraaid, waar
onder Forever Young van Alphaville. Er schoot mij een andere Forever Young
binnen, van Bob Dylan. Ik heb deze versie vanmiddag even bekeken, uitgevoerd
door het bijzondere koor Young & Hart, neem even de tijd om dit te beluisteren: De tranen biggelden over mijn wangen.
Ik hoop van harte dat Ria, de kinderen, broer en zussen
en niet te vergeten de ouders de mooie zomer kunnen koesteren en daar de kracht
uit kunnen putten om de draad weer op te pakken. Ik zal zwaaien en aan jullie denken als ik langs de
boerderij ren!
Column: Erwin’s zin en onzin - deel 95
Zo trots als een pauw passeer ik de finish. Er verschijnt een glimlach van oor tot oor die deze avond met geen mogelijkheid meer van mijn gezicht verdwijnt. Het is dinsdag 7 juli 2014. Ik verpulver tijdens de GUV Zomeravond Run mijn persoonlijke record op de tien kilometer met ruim anderhalve minuut. Deze verbetering is niet het enige lichtpuntje van deze avond. Er is nog een reden voor mijn euforie: ik heb eindelijk die ‘onverslaanbare’ Jan Wevers verslagen!
Ik ben sinds de nazomer van 2002 lid van Ava’70. Vrijwel direct ben ik begonnen met het lopen van wedstrijden. Oké, ik ben geen veelwinnaar en toegegeven, ik ben ook alles behalve een topper, maar in regionale wedstrijd doe ik, zo nu en dan, toch leuk mee. Het lukt me alleen maar niet om die ‘verrekte’ Wevers te verslaan. Mijn ‘winst’ tijdens de Zomeravond Run is een incident. Bij de wedstrijden die daarop volgen trekt Jan steeds weer aan het langste eind. Om knettergek van te worden.
Dit jaar merk ik dat het ijzersterke raspaard wat mankementen begint te vertonen. Hij loopt nog amper wedstrijden en ook bij de trainingen is hij de grote afwezige. Op zaterdagmiddag 6 juni, tijdens de wedstrijd om de 3e en 4e plek van het straatvoetbaltoernooi, hoor ik dat Jan ernstig ziek is. Het eerste wat ik denk is: “ach na die twee niertransplantaties zal die ook dit wel overwinnen.” Twee maanden later blijkt niets minder waar. Op 24 juli lees ik in de lobby van het A&O-hostel in Praag het prachtige portret van Rinke ter Haar. Met een brok in m’n keel droom ik weg in het verhaal. Ik merk dat ik die nacht – in de slaaptrein naar Krakau – een beetje onrustig ben. Het verhaal laat me niet los en ik heb moeite om de slaap te vatten.
Ik word altijd wat ongemakkelijk als mensen spreken over overledenen. Het valt mij namelijk op de doden vaak veel meer eer krijgen dan zij verdienen. Een nare zelfingenomen man wordt bij zijn uitvaart plots ‘sympathiek’ genoemd en een asociale alcoholist wordt ineens liefkozend als ‘levensgenieter’ weggezet. Over de doden niks dan goed toch?
Dit jaar merk ik dat het ijzersterke raspaard wat mankementen begint te vertonen. Hij loopt nog amper wedstrijden en ook bij de trainingen is hij de grote afwezige. Op zaterdagmiddag 6 juni, tijdens de wedstrijd om de 3e en 4e plek van het straatvoetbaltoernooi, hoor ik dat Jan ernstig ziek is. Het eerste wat ik denk is: “ach na die twee niertransplantaties zal die ook dit wel overwinnen.” Twee maanden later blijkt niets minder waar. Op 24 juli lees ik in de lobby van het A&O-hostel in Praag het prachtige portret van Rinke ter Haar. Met een brok in m’n keel droom ik weg in het verhaal. Ik merk dat ik die nacht – in de slaaptrein naar Krakau – een beetje onrustig ben. Het verhaal laat me niet los en ik heb moeite om de slaap te vatten.
Ik word altijd wat ongemakkelijk als mensen spreken over overledenen. Het valt mij namelijk op de doden vaak veel meer eer krijgen dan zij verdienen. Een nare zelfingenomen man wordt bij zijn uitvaart plots ‘sympathiek’ genoemd en een asociale alcoholist wordt ineens liefkozend als ‘levensgenieter’ weggezet. Over de doden niks dan goed toch?
Voor Jan maak ik graag een uitzondering. Het is geen man waar je alle superlatieven voor uit de kast hoeft te halen. Jan was een prototype ‘no-nonsense’. Vriendelijk, geïnteresseerd en realistisch. Je zult niet struikelen over de sappige anekdotes of de geestige oneliners, maar daar gaat het ook niet om. Jan was gewoon een goeie kerel. Omdat ik Jan niet treffend genoeg kan omschrijven, citeer ik de prachtige tekst van de rouwkaart.
“Jan, een opvallende boer, door onopvallendheid. Een leven gekenmerkt door hoogte- en dieptepunten. Veel overwonnen met ingebouwde kracht, blijven genieten van alles. Aanvaarden dat het ‘leven’ je overkomt en maken wat er van te maken valt”
Jan, het ga je goed!
woensdag 19 augustus 2015
Trailrunning in Noorwegen
![]() |
| Prachtige natuur in Noorwegen |
Net terug van een
geweldige vakantie met het gezin in Zweden en Noorwegen. Wat een Walhalla voor
natuurliefhebbers en trailrunners in het bijzonder ! Vooral Noorwegen is
geweldig mooi en gevarieerd qua natuur. Een rustige rondreis met de auto is dan
ook perfect om met het gezin overdag de verscheidenheid aan natuur de
ontdekken. Van de golvende graanvelden in het zuidoosten naar de ruigte van de
bergen en hoogvlaktes in de buurt van Oppdal en dan afbuigend naar het
zuidwesten om ook nog wat van de fjorden mee te pakken bij Flåm. Vervolgens
naar het zuiden en via Denemarken weer naar huis.
Naast het
rondreizen en onderweg van alles bekijken en doen, bleef er gelukkig ook nog
tijd over om wat de natuur in te trekken. Ik had niet voor niets mijn tas met
trailspullen als eerste ingepakt. Weliswaar geen tochten van 4-5 uur, maar een
2 tot 2 1/2 uur was vaak nog wel mogelijk tussen inchecken in het hotel van die
dag en het avondeten. We hadden gelukkig mooi weer, niet warm maar wel zonnig en helder. Geweldig voor de
uitzichten en de foto’s
Meestal kwam het
er op neer dat het hotel gelegen was in het dal en dat ik dan een weggetje
zocht naar de dichtstbijzijnde top die haalbaar was binnen de tijd die ik had.
De eerste training was kort en hevig, met een gravelweggetje dat naar de hoger
gelegen skipiste voerde. Vandaar dacht ik via de skipiste, die immers op wat
schapen na volkomen verlaten was, even naar de top door te stampen. Dat was
echter niet zo gemakkelijk als gedacht. Geen trail omhoog, alleen stenen en
laag struikgewas waar je je een weg door mocht banen naar boven. Powerhikend omhoog
met een flinke hartfrequentie is een prima training kan ik je vertellen.
Eenmaal bovenaan bij het hoogste skilift station kon ik even genieten van het
uitzicht. Dat klimmen kostte echter meer tijd dan gedacht en dus moest de
afdaling vlot om tijd terug te winnen en op tijd te zijn voor het eten. Dat
ging een stuk beter dan klimmen, maar de volgende dag moest ik daar wel voor
betalen in de vorm van stevige spierpijn in de bovenbenen en billen.
Na een dag rust
om de spierpijn weer te laten zakken kwamen we bij een hotel in Lom. Ik had van
tevoren al gezien dat ook daar een route te lopen was naar de top van een berg.
Deze route was echter maar kort, een km of 9. Op de kaart zag ik echter de
hoogtelijntjes angstwekkend dicht bij elkaar liggen, dat werd vast een flink
steile klim. Stokken mee dus. De dame achter de receptie was helemaal
enthousiast toen ik vertelde van mijn voornemen en had zelfs nog een kaart voor
me met de route. Noren zijn helemaal gek van buiten sporten en staan dan ook nergens
van te kijken. Ze gaf me nog wel de tip om de route in omgekeerde richting te
doen dan waarin deze gepijld was. Een nuttige tip zou later blijken.
Vanuit het het
hotel was het een kleine twee km rennen via een goed aangegeven route tot waar
de klim echt begon. Die twee km was nog redelijk hardlopend te doen, maar
eenmaal bij de berg was het afgelopen. Een kronkelpaadje voerde zo ongeveer
recht omhoog, met een stijgingspercentage van tot wel 40%. Dat was harken en
duwen met de poles en van steen naar steen omhoog stappen. Het leek meer een
natuurlijke trap dan een pad. Zo af en toe moest ik even de hartslag wat laten
zakken en keek ik even om me heen naar het geweldige uitzicht. Onderin het
groene dal zag ik de rivier met meerdere kleuren blauw in het zonlicht, als
gevolg van de vele mineralen die het uit de bergen mee. Helaas is dat uitzicht
op geen enkele foto te pakken te krijgen, maar ik neem het mee in mijn
herinnering.
Hoewel het
blijkbaar een veel gelopen route was, was het heerlijk stil op de berg. Er kwam
me welgeteld één gepensioneerde Noor voorbij snellen alsof ik stilstond en
verder zag ik op de top nog een moeder met een zoontje van een jaar of 14 die
rustig hun boterhammetje oppeuzelden voor de weer naar beneden gingen. Het buitensporten
wordt er al jong aangeleerd en ze gaan er mee door zo lang ze kunnen blijkbaar.
Terwijl ik afdaalde was ik blij met de tip van de receptioniste, ik hoefde nu
minder steil af te dalen dan ik omhoog geklommen was. Wel zo prettig met
bovenbenen die al flink op de donder gehad hebben.
Terwijl ik naar
beneden dribbelde en stenen en gaten zoveel mogelijk probeerde te ontwijken
bedacht ik me nog dat dit toch een rotplek zou zijn om te vallen, ik kon nl.
een heel eind schuin naar beneden kijken. Als je daar naar beneden rolde kon
het wel even duren voor je weer tot stilstand kwam. Beetje voorzichtig doen,
maar wel met opperste concentratie en vol overtuiging dalen was het devies. Af
en toe stoppen om even van het uizicht te genieten en rustig te kijken hoe de
route verder ging. Toch ging het, met nog maar een klein eindje te gaan, bijna
mis. Een steen waar ik op stapte bleek los te liggen en ik ging door mijn
enkel. Bij het vallen landde ik met mijn stuitje recht op een steen. Wat doet
dat ongelofelijk pijn. Na een tijdje wrijven zakte het wat en kon ik
voorzichtig opstaan. Mijn enkel voelde ik niet eens, zoveel last had ik van
mijn stuitje. Maar ik moest toch van de berg af en ik wandelde maar een stukje
naar beneden. Gelukkig zakte de pijn nog tot een redelijk dragelijk niveau en
kon ik de laatste paar kilometer naar het hotel dribbelen. 10 km in 2:30 uur…
dat is ook een soort van PR denk ik. De receptioniste vond het een prima tijd voor een ‘dutch guy’, het was
immers een hike van 5 uur. Haar eigen tijd op de route verzweeg ze
beleefdheidshalve (hoewel ze wel zei dat ze hem al meerdere keren gedaan had),
maar volgens mij kon zelfs die gepensioneerde Noor die me inhaalde het wel een
uur sneller… Maar ik had ongelofelijk genoten en daar ging het tenslotte om.
Na een dag met
wat andere activiteiten kwamen we bij het laatste hotel waar ik nog loopplannen
had. Niet zo hoog en steil als in Lom en dat was maar goed ook. Mijn stuitje
deed nog dusdanig pijn dat ik niet echt steil omhoog kon rennen, maar naar
beneden en vlak ging redelijk. Helaas was hier geen uitgezette route, maar waren er wel een aantal paden die ik op mijn
trouwe Garmin Edge kon volgen. Powerhikend op de steile paden omhoog en waar
het kon in een voorzichtig dribbeltje was ik na een paar keer afslaan en
zigzaggende paadjes in het bos alle gevoel voor richting bijna kwijt. Maar goed
dat ik die Garmin bij me had, anders was ik vast niet meer terug gekomen. Nu
kon ik echter rustig de route volgen die ik bedacht had. Ondertussen rustig een
handjevol bosbessen plukken en eten, die groeiden daar welig.
Ineens was ik
toch de trail kwijt. Na een stukje over een plaat graniet, waar in het voorjaar
waarschijnlijk een waterval overheen liep, zag ik het vervolg niet meer. Na
even zoeken tussen het woekerende struikgewas besloot ik dan maar een stukje
dwars door het bos te steken, dan moest ik vanzelf het pad weer kruisen. Door
de omgevallen bomen, bosbessen en heidestruiken en de plaggen mos zag je de
bodem bijna niet en was het dus gokken hoe je voet zou landen, op een steen of
in een gat. Na een paar honderd meter ‘bushwacken’ kwam ik inderdaad weer op de
trail en kon ik mijn weg vervolgen. Op zo’n moment ben je echt blij met GPS…
Het eind van het avontuur was bijna in zicht, maar nog niet voorbij. Een simpel
uitziend sprongetje over een stroompje landde jammerlijk in het water doordat
een stapsteen gladder was dan deze leek. Gelukkig had ik nog een paar
kilometer om wat op te drogen, anders
had ik met goed fatsoen het hotel niet in kunnen lopen met druipende kleren.
Lopen in onbekend
vakantiegebied is toch de mooiste manier om een land echt te leren kennen. Het
ruikt anders, het klinkt anders en het voelt anders dan thuis. Naast een aantal
wandelingen, kanovaren en klimmen in een geweldig klimbos kwam ik deze vakantie
maar op 3 keer trainen. Dat leverde slechts 32 km op in afstand, maar dan wel
met ruim 1900 hoogtemeters in vaak redelijk onbegaanbaar terrein… Totale
looptijd was dan ook ruim 6 uur. De spierpijn van het klimmen is inmiddels al
weer weg en de mooie herinneringen overstemmen mijn gevoelige stuitje. Wat een
geweldige vakantie, wat een geweldig land. Ik kan het iedereen aanbevelen.
Andre Bleumink
Andre Bleumink
maandag 17 augustus 2015
Route 16: Borculo - Landgoed Beekvliet, de Slinge en de Lebbenbrugge
In de afgelopen jaren heb ik veel routes door het prachtige Achterhoekse landschap gelopen en een aantal hiervan wil ik graag met jullie delen. Ik probeer de komende tijd iedere maand een route hieraan toe te voegen, uiteraard ook geschikt om te wandelen. Opmerkingen of aanvullingen hoor ik graag.
Vandaag de 16e route uit deze serie: Deze tocht laat de Achterhoek op z’n mooist zien. Landgoed Beekvliet bestaat uit een combinatie van bos en boerenland. Het kampenlandschap met zijn verspreid liggende boerderijen is hier na 1850 nauwelijks veranderd. In het bos staan veel zomereiken, die rond 1840 zijn aangeplant. In boerderijmuseum De Lebbenbrugge valt veel te zien over de omgeving, maar het meest bijzonder is toch wel het bord dat buiten aan de muur hangt met de tarieven voor de tol die vroeger werd geheven bij de overgang van de Slinge. “Een passagier die den weg te voet gebruikt” hoefde “niets” te betalen. Namen als Galgenveld en Galgenkamp herinneren aan de tijd dat hier nog rechtgesproken werd door de heren van Borculo

Route 16: Een route ten westen van Borculo over Landgoed Beekvliet, de Slinge en de Lebbenbrugge
Afstand: 11,0 kilometer
Start:Parkeerplaats Galgenkamp, kruising Lebbenbruggedijk en Galgenveldsdijk - 7271 SB Borculo
Bewegwijzerd: Nee
Afkortingen: LA Linksaf, RA rechtsaf, RD rechtdoor
Foto's van de route: fotoalbum
GPX bestand van de route
Laatst aangepast: 4 december 2020
Klik hier voor alle wandel- en hardlooproute's in de omgeving van Aalten
Klik hier voor alle wandel- en hardlooproute's in de omgeving van Aalten
01.Vanaf de parkeerplaats RA, brede zandweg
02.Op kruising met Oude Schooldijk RD, Galgenveldsdijk vervolgen, nu klinkerweg
03.Bij voorrangsweg oversteken en RD, nog steeds Galgenveldsdijk
04.Op driesprong met pad naar links RD en iets links aanhouden, smal voetpad langs bordje 'Opengesteld', het paadje loopt parallel aan de weg
05.Je komt uit op klinkerweg en direct daarna in de bocht van asfaltweg links tussen boerenschuren door (Heure)
06.Bij boerderijnummer 9 weer klinkerweg, meebuigen naar rechts, klinkerweg volgen tot houten hek
07.Bij het houten hek links aanhouden, smal paadje langs bordje 'Opengesteld'
08.Pad met bocht naar links volgen, bij Y-splitsing rechts aanhouden
09.Op driesprong voor water RA, even verder passeer je Huis Beekvliet
*Langs de laan naar huize Beekvliet staan enkele nog oudere zomereiken. Het huidige huis dateert van 1902 en is een opvolger van een huis uit 1840 waarvan het koetshuis nog bestaat. Het huis is als zomerhuis gebouwd bij de samenvloeiing van de Berkel en de Slinge.
10.Aan het eind LA brug over de Slinge over en RD, klinkerweg
11.Op driesprong waar klinkerweg naar links buigt ga je RA, breed onverhard pad
12.Ongeveer 100 meter voor boerderij Dijkhof LA, smal paadje, dit smalle paadje vervolgen over een sloot heen
13.Je komt uit op een breder karrenspoor en gaat LA
14.Kort daarna het eerste pad RA en direct daarna op Y-splitsing links aanhouden, smaller paadje in bosrand
15.Op veelsprong bij twee grote bomen en bankje ga je RA
16.Aan het eind op brede zandweg met fietspad RA
17.Waar de weg een bocht naar rechts maakt bij een bank ga je LA, smal paadje
18.Fietspad en weg oversteken en RD langs bordje van Natuurmonumenten, smal paadje langs bosrand
19.Dit paadje komt uit op brede zandweg, hier RA, zijwegen negeren
20.Op kruising met andere zandweg RD, nu Muldersweg
21.Zandweg gaat bij boerderij Boskamp over in halfverharde weg
22.Aan het eind LA asfaltweg (Bosheurneweg), volgen langs boerderijen
23.Na nummer 6 aan je rechterhand op driesprong links, zandweg
24.Aan het eind op brede zandweg even links en direct daarna RA, onverhard pad langs bordje 'Beekvliet' van Staatsbosbeheer
25.Dit paadje slingert over een heideveld. Het pad met een bocht naar rechts om de heide volgen
26.Over een planken bruggetje en nu steeds dit pad blijven volgen
27.Ook op driesprong met houten bruggetje aan je linkerhand RD langs de bosrand
28.Aan het eind op brede zandweg LA
29.Op splitsing waar de brede zandweg naar rechts draait, ga je LA langs een bordje 'Beekvliet' en direct daarna RA, smal voetpaadje
30.Dit paadje steeds met bochten blijven volgen. Aan het eind daalt het af en kom je uit op een breder pad, hier ga je RA
31.Aan het eind bij hooikappen en schaapskooi Beekvliet op klinkerweggetje RA, klinkers gaan over in betonplaten
*Bij het zien van de twee oude hooibergen en de oude schaapskooi is het alsof de tijd stil is blijven staan. Schaapskooi Beekvliet is in het begin van de 19e eeuw gebouwd. Toen de heidevelden verdwenen en daarmee ook de schapen begon de kooi in verval te raken. De sterk verwaarloosde kooi is in 1983 in opdracht van het Staatsbosbeheer gerestaureerd. Het open vlechtwerk werd bij schaapskooien niet met leem dicht gesmeerd. Dit was van belang voor de ventilatie in de kooi. Wel werd nog gras of stro tussen de twijgen gestoken.
32.Op kruising naar Palsenborgweg 1 RD betonplaten vervolgen
33.Op driesprong bij P-23063/001 LA (Lebbenbruggedijk) brede zandweg met fietspad
34.Op splitsing bij P-21240/001 links aanhouden
35.Palsenborgweg naar links negeren en RD brug over de Slinge over, je passeert museum De Lebbenbrugge
*Galgenhumor - De brug over de Lebbinkbeek vormde ooit de scheiding tussen de heerlijkheid Borculo en het scholtambt van Lochem. Wie vanuit het westen de heerlijkheid betrad werd vrijwel direct met de galg geconfronteerd: een gewaarschuwd mens telt voor twee! De naam van het zwembad en het heideveldje even verderop ‘Galgenveld’ houden de herinnering aan deze vroegere rechtspraak levend. De heren van Borculo hadden tot het eind van de 18e eeuw het ‘hoge recht’ om de doodstraf uit te spreken.
*Het hoofdgebouw van Tol-Boerderijmuseum de Lebbenbrugge is een lös hoes of hallenhuis. Het zwarte stenen voorhuis, de herberg, is er als dwarshuis voorgebouwd. Hier werd vanaf 1679 tol geheven bij de overgang van de Slinge. Het tarievenbord hangt er nog. De Lebbenbrugge is in 1939 gerestaureerd en ingericht als een boerderij van honderd jaar geleden. Eenmaal binnen in deze typische streekboerderij kun je een idee krijgen van het boerenleven rond het jaar 1875.
36.Op driesprong bij P-21238/001 RD, Lebbenbruggedijk vervolgen
37.Je passeert 't Galgenveld en daarna neem je de eerste weg LA, Galgenveldsdijk, je bent weer terug bij de parkeerplaats
*Het Galgenveld, heeft zijn naam gekregen omdat de beul er vroeger zijn lugubere beroep uitoefende. Hier hielp men ter dood veroordeelde misdadigers naar de andere wereld.
zondag 16 augustus 2015
Verslag van de 1e Sommerlauf in Bocholt (D)
![]() |
| De start van de 1e Sommerlauf in Bocholt (D) |
Wettermäßig
hatten wir uns das für die Premiere unseres Sommerlaufs eigentlich etwas anders
vorgestellt. Dauerregen stand dabei nicht wirklich auf unserer Wunschliste.
Umso erfreulicher war, dass pünktlich um 10.00 Uhr dennoch 10 motivierte
2er-Teams am Start in der Dingdener Heide standen. Und wie das manchmal so ist
- trotz, oder vielleicht auch gerade wegen der äußeren Umstände - haben wir
ausnahmslos in freudige Gesichter geblickt. Ja, es wurde sehr matschig auf den
Waldwegen und ja, am Ende der 10KM langen Runde gab es sicher kein trockenes
Kleidungsstück mehr am Körper. Aber wir hatten den Eindruck, dass sich die
Aktiven davon nicht beeindrucken ließen und das Laufen einfach genossen haben.
Neben einigen Läufern unseres LEX BOCHOLT RUNNING TEAMS hatten sich auch Teams
von AVA´70 aus Aalten eingefunden. Mit Stefan Ritte und Marcel Eckers vom LAZ
Rhede waren die Favoriten für den Sieg unserer Laufpremiere dann auch schnell
ausfindig gemacht. Aber Zeiten standen an diesem Tag nicht im Vordergrund,
sondern einmal mehr die Erkenntnis, dass Laufen wirklich bei (fast) jedem
Wetter riesigen Spaß macht. In diesem Sinne freuen wir uns schon auf eine
Neuauflage im nächsten Jahr - vielleicht ja ohne Regen wink-emoticon
Ergebnisse
1. LEX BOCHOLT RUNNING TEAM Sommerlauf (10KM)
1. Stefan
Ritte/ Marcel Eckers (LAZ Rhede): 37:31min.
2. Erwin
Wamelink/ Björn Weier (AVA´70, LEX BOCHOLT RUNNING TEAM): 44:33
3. Eric
Hoogerbrug/ Andre Bleumink (AVA´70): 46:54
4. Martin
Brandenburg/ Markus Niewerde (LEX BOCHOLT RUNNING TEAM): 47:54
5. Rainer Schneiders/ Klaus Knaack (LEX BOCHOLT
RUNNING TEAM): 48:02
6. Andre Balke/ Inez Balke (AVA´70): 48:24
7. Andreas Stockhausen/ Malte Stockhausen ("Die
Stockies"): 53:59
8. Patrik Ikink/ Sabine Ikink (AVA´70): 55:58
9. Annegret Thielkes/ Bernhard Essing (LEX BOCHOLT
RUNNING TEAM): 59:23
10. Melanie Behling/
Sandra Busack: 1:08:21
Henrie Drenthel loopt Trail des Fantomes in La Roche(B)
Deel 2 :16 augustus 2015: Trails
des Fantômes
Na een geslaagde Eigertrail (zie deel 1) trokken we
vanuit Zwitserland via Liechtenstein en Noord-Italie door naar Oostenrijk.
Hoofdstop van onze vakantie aan de prachtige Faaker See op ca. 500 meter
hoogte. Rondom volop bergen dus er kunnen lekker veel hoogte meters gemaakt
worden in voorbereiding op de Trail des Fantomes (TdF) wat de afsluiting van de
vakantie zou worden. Ik had daar nog een revanche in gedachten na de DNF bij 75
km vorig jaar. Tussen de beide wedstrijden in heerlijk zo’n 225
kilometer afgelegd met ruim 11.000 hoogtemeters. Als dat geen voorbereiding is. Via het onderkomen van Hitler in Berchtesgaden, het
Bayrische Wald en het Schwarzwald komen we donderdags voor de TdF aan in La
Roche op de camping. Op vrijdag alvast een gedeelte van de route verkend,
start en finish gedeelte over ca 15 km en het parkoers ligt er (nog) goed bij.
Zaterdags vanaf 14.00 uur het startnummer ophalen en
als ik die rond 15.00 uur in mijn bezit heb begint zo’n beetje ook de grote,
lange regen. Bah, het is weer hetzelfde als vorig jaar toen André en ik ook de
middag er voor in de regen zaten. In tegenstelling tot vorig jaar houdt de
regen nu rond 22.00 uur op en wordt het (gelukkig) droog. Dit jaar is er niet de 100 km (had ik anders toch ook
maar niet gedaan), die is er maar eens in de drie jaar, maar gekozen voor de 53
km met ruim 2000 hoogtemeters. Dus ook nog knap wat arbeid te verzetten.
Zondagmorgen 7.00 uur is het vertrek vanuit de tuin
van hotel Floreal en ik begin behoudend aan de race. Weet wat er nog komt dus
niet te veel energie aan het begin verspillen. Het gaat als een tierelier en de eerste twee uur vliegen
om. Juist op dat moment bedenk ik me dat ik hier vorig jaar nog in het donker
liep en dat het nu toch wel een stuk eenvoudiger is met daglicht. Heb het nog
niet gedacht of ik schiet onderuit op een grote glibberige rots en val op m’n
rechterzij en schiet door tot tegen een boom. Moet er kolderiek uitgezien
hebben denk ik maar na wat poetswerk valt de schade gelukkig mee. Licht
gekneusde ribben, zwaar gekneusd ego en wat schaafwonden. Had erger gekund.
Het verdere afdalen gaat na deze smakkerd niet veel
vlotter en gaat nog houteriger en voorzichtiger, ik zal dat dus wel nooit
leren.
Plotseling beginnen enkelen uit het groepje waar ik
achteraan in mee loop zich op de benen te slaan en ook ik voel ineens dat ik op
m’n kuit gestoken wordt en mep net zo hard mee. Bleek een zwerm horzels of
aardwespen te zijn geweest die aardig agressief waren. De steek jeukt enorm en
tijdig wordt de aandacht voor de zere rib en het moeilijke ademhalen verlegd
naar de kuit. Gelukkig komt vlak hierna de eerste doorwading door de Ourthe,
wat verfrissend is voor de beentjes en de jeukende plek.
Hierna komt het middelgedeelte van de trail. Op
papier/profiel het gemakkelijkste maar in de praktijk uiterst moeizaam. Korte
steile klimmetjes en afdalingen (40%!), glibberige boomwortels in combinatie
met rotsen/stenen. Kortom, net als vorig jaar schiet dat niet op. Na zo’n 4 ½ uur kom ik op het punt aan waar ik vorig
jaar de strijd heb moeten staken. Voelt nu een stuk beter al voel ik
langzamerhand wel alle (hoogte)meters van de afgelopen weken en weet dat het
nog een taai stuk wordt. Nog 25 km te gaan met daarin eerst nog een stuk langs
de Ourthe en daarna nog een viertal steile beklimmingen (en dus ook
afdalingen).
Het stuk is inderdaad niet zo moeilijk als de eerste
helft en ik kan redelijk blijven gaan en kom redelijk fris bij de laatste
verzorging in Maboge aan. Hier wacht de laatste serieuze klim van vandaag, de
‘Muur van Maboge’. Volgens vele Facebook-verhalen van deelnemers met stukken
van 40%. Wat het precies was weet ik niet maar dat het steil was en pijn deed
weet ik nog wel. Eindelijk boven moet ik even uithijgen en begin aan het
laatste stuk over de bergkam richting finish. Dit ken ik nog van de wandeling
van vrijdag en weet dat het meeste leed geleden is. Even nog een mooie afdaling
in het bos bij de camping en dan de Ourthe voor de laatste keer over.
Aan de
overzijde staat mij een verassing te wachten; Claudia met hond wachten me op
bij de tuin van Floreal, dus nog even een eindsprintje voor de foto. Eindtijd 8.30 uur en een plaatsje in de middenmoot.
Ben best tevreden, maar mijn lievelingsparkoers zal het wel nooit worden. Na
afloop even lekker een cooling-down met een biertje in de Ourthe en een BBQ als
afsluiting van de vakantie. Nu eerst twee weekjes rustig aan doen en dan nog het
najaarsprogramma met een viertal trail-marathons waarover later meer.
Road to Marathon van Rotterdam 2016 - deel 3
![]() |
| De familie Demkes in Oostenrijk |
Vakantie Oostenrijk
We ontvangen
ons 4 weken schema van Greg van Hest. In de bergen mogen we het wat rustiger
aan doen. Dat is mooi om te horen. Als ik de trainingen bekijk, vraag ik mij af
welke training dat dan moet zijn. We mogen elke dag aan de bak. Bjorn en ik
hebben er wel zin in. Ook in de rest van de vakantie. Na een lange
rit in de auto met veel file onderweg komen we aan in het plaatsje Wagrain. We
parkeren de auto en lopen naar het VVV kantoor toe. Ik ben meteen buiten adem
en denk krijg nou wat, ik lijk wel een bejaarde. Buiten adem komen we aan bij
het VVV kantoor. Gelukkig hier kunnen we weer op adem komen.
Aankomst
Appartement Amadeus. Tuurlijk we zitten helemaal bovenin het appartement. We
hebben de bovenverdieping. De kinderen moeten de overloop over om op hun eigen
kamer uit te komen. Die vinden het geweldig. Onze gastvrouw Wilma is ook
helemaal buiten adem. Ik versta haar Oostenrijks amper. Gelukkig spreekt Bjorn
vloeiend Oostenrijks. Het gaat helemaal goedkomen.
Maandag EASY
RUN 40 minuten.
Bjorn en ik
gaan om 07:00 uur trainen. Mooi koel buiten en we gaan even het dorpje
verkennen. Dat even laat maar achterwege. We moeten alleen maar klimmen.
Helemaal kapot en gesloopt komen we na 40 minuten terug. Nou hoop echt dat er
ergens een vlak stuk is. Rond 08:00 uur terug, douchen en de broodjes en en
beleg staat al voor onze deur. Lekker ontbijten. De kinderen slapen ook nog.
Die hebben niet eens gemerkt dat we even weggeweest zijn. Zo zal het de hele
week wel gaan lopen. Verder
vandaag de Grafenberg op geweest. Naar boven met de skilift en daarboven
heerlijk wandelen. Als we terugkomen bij het appartement sta ik voor de ingang
en raak ik in gevecht met een wesp. Ik begin om mij heen te meppen en struikel
of vergeet het opstapje. Ik val met een keiharde smak het appartement binnen en
kom boven op mijn linkerknie terecht. Ik ben zo boos en aan het schelden en
vloeken dat de kinderen en Bjorn niet eens durven te lachen. Verder zakt mijn
boosheid later wat af en kan mijn gezin er hard om lachen en begekken ze me nog
even. Hopen dat de pijnklachten niet erger worden.
Dinsdag
Tempo's 10x300 m
Omdat het
nergens vlak is besluiten we om in het plaatsje Wagrain op het voetbalveld de
300 metertjes te gaan lopen. Dit verloopt soepel. Als we weer klaar zijn en
terug zijn in ons appartement ziet Bjorn dat hij er eigenlijk 15 moest ipv 10.
Hier baalt hij van. Ja dat hebben lopers ook dat ze balen als ze niet volgens
het schema werken. Zou je hierdoor minder snel worden. Je kent het wel. De hele
dag is dit aan Bjorn te merken. Verder gaan we een andere berg op vandaag met
de skilift en gaan we deze weer naar beneden wandelen. Hier hebben we alle vier
ontzettende spierpijn van in de billen.
Woensdag
Easy Run 40 en 50 minuten.
Vandaag gaan
we een keer op het heetst van de dag rennen. Omdat het hier ook boven de 30
graden is dachten we dat maar eens te gaan doen. Ik hou helemaal niet van lopen
in warm weer. Ook gaan we het plaatsje Wagrain verlaten en rennen we richting
Moos. Dit is alleen maar heuvel op. Ik heb ontzettende last van mijn knie en
zie het echt niet meer zitten. Na 3 kilometer voelt mijn knie wat beter aan en
is het klimmen ook over en kan ik gewoon doordribbelen. Na 20 minuten gekeerd
en teruglopen naar Wagrain. Verder de hele dag heerlijk naar het zwembad
geweest en besloten om niet meer op het heetst van de dag te gaan lopen.
Donderdag
Tempo's
Om 06:30 uur
vertrokken. We vinden mooie heuveltjes en Bjorn mag er 24 keer aan op rennen en
ik 19 keer. Ik zet de strepen uit zodat Bjorn vast kan beginnen. Dat ik dat ook
doe he. Maar goed de training verloopt goed. Geen knieklachten en tevreden weer
terug naar het appartement. Vandaag is het zo warm dat we de hele dag naar het
zwembad gaan. Verder niks meer gedaan dan liggen en afkoelen in het zwembad. En
Wespen wegslaan. Wat zijn er veel. Verder van de prachtige uitzichten in de
bergen genieten.
Vrijdag EASY
LONG 80 en 90 minuten.
Wederom om
06:30 uur vertrokken. Via Wagrain eerst weer die 3 klote kilometers klimmen,
mijn knie voel ik niet, dat is een goed teken. Buiten adem kom ik in Swaighof
aan. De 3 kilometer klimmen eindigt boven op een heuvel. Ik moet echt bijkomen.
Het lijkt wel of ik zware bronchitis heb, zo hard adem ik in en uit en het
voelt alsof ik 3 pakjes drum met vloei heb gerookt. Ik begin te hoesten.
Gelukkig trekt het gauw weer weg en loopt de run heerlijk en kan ik nu echt
genieten van de uitzichten en in de verte zie ik een groen stipje van mien man.
Ik kom net niet in Flachau aan, ik keer me na 40 minuten en ren weer terug naar
Wagrain. Bjorn komt wel in Flachau aan en kan dan ook weer omkeren.
Mooie
training. Verder
vandaag naar de Liechtensteinklamm geweest met de kinderen en naar de
Rodelbaan. Ook een succes. Daarna toch weer naar het zwembad. Het blijft hier
boven de 30 graden.
Zaterdag 3x
2500 meter.
De laatste
training van deze week gaan we ook weer richting Wagrain. Je kunt niet echt de
versnellingen doen omdat het heuvelop gaat en weer heuvel af. In mijn hoofd
klinkt telkens dat je het rustig aan mag doen en dat je de tempo's niet hoeft
te halen. Dit sleept mij door de training heen. Verder geen last meer gehad van
mijn knie. Bjorn ging de training ook goed af. Vandaag nog
weer naar de Rodelbaan geweest en het zwembad.
Mooie
vakantie. Met zware pittige en mooie trainingen. Heerlijk ongezond gegeten de
hele week en mooi weer gehad. Wat wil je nog meer. En geweldige uitzichten. Zondag terug
naar huis. Geen training vandaag, alleen maar in de auto zitten en weer in de
file staan. Het was een prachtige week. Hopen dat we een beetje progressie
hebben geboekt in de bergen.
Groeten
Katja
vrijdag 14 augustus 2015
Voor Jan Wevers telde alleen kwaliteit
![]() |
| Jan Wevers, Hij was geen prater. Hij luisterde liever en stelde vragen (foto Arnold Joost) |
Voor hem telde alleen kwaliteit
FRANS DIJKSTRA
Jan Wevers 1959-2015
Als geoefend
marathonloper spreidde hij zijn energie tot aan het einde. Hij genoot van zijn
laatste weken.
Het was een lange nacht geweest. Ze hadden de hele Oudejaarsnacht doorgehaald met andere jongeren. Zoals gebruikelijk in hun streek in de Achterhoek, trokken ze van het ene ouderlijk huis naar het andere en overal dronken ze een glas op het nieuwe jaar en op elkaar. Tegen zeven uur in de ochtend waren ze bij iedereen geweest. "Zal ik met je meelopen naar huis?", vroeg hij haar. Toen wist ze hoe laat het was. Toen was het aan tussen Jan Wevers (20) en Ria te Bokkel (18).
Ze kenden elkaar al van de lagere school en later van de havo in Aalten. Maar ze hadden nooit iets gehad tot die Oudejaarsnacht. Ze zouden elkaar alleen in de weekeinden kunnen zien. Ria moest terug naar haar verpleegstersopleiding in Apeldoorn, Jan moest werken op een varkensfokkerij bij Nijmegen. Daar had hij het niet zo naar zijn zin. In zijn kosthuis kreeg hij de hele week dezelfde soep te eten en op zijn werk deed iedereen of dat een negen-tot-vijfbaan was, ook zijn baas. Dat had hij thuis anders geleerd. Daar werkte je door tot de varkens je niet meer nodig hadden. De beesten bepaalden het leven, niet de klok.
Jan had zijn zinnen gezet op de overname van de boerderij even buiten Aalten die zijn grootvader in 1929 was begonnen. Zijn ouders hadden het bedrijf overgenomen en Jan wilde de derde generatie op de boerderij zijn. Daar voelden zijn ouders aanvankelijk niet voor. Jan was de slimste van hun drie zonen en twee dochters, en hij zou het verder kunnen schoppen. Zijn vader ging met hem een dag naar Dronten om hem te verleiden tot de hogere landbouwschool. Maar Jan vond de middelbare opleiding mooi genoeg. Zijn vader legde zich er bij neer als Jan ook nog een praktijkschool voor de varkenshouderij zou volgen en drie jaar zou werken op een fokbedrijf.
Toen Jan en Ria serieus verkering hadden, was het haar duidelijk. Jan wilde nog steeds de ouderlijke boerderij voortzetten. Hij was een volhouder.
In 1982 vormde hij een maatschap met zijn vader, in 1984 trouwde hij met Ria en ze betrokken een huis in de buurt. In de twaalf jaar dat ze daar woonden kwamen hun drie zonen ter wereld, Emiel, Jasper en Yannic. Toen Jan in de zaak kwam, werd het aantal varkens verdubbeld tot 250. Eerst hadden ze alleen zeugen om de biggen te verkopen, later hielden ze het nageslacht zelf als vleesvarkens.
Terwijl de ene na de andere boer in de omgeving het opgaf, bleef Jan uitbreiden. Hij moest wel, de markt dwong hem te groeien. Op het hoogtepunt in 2008 had hij 2000 varkens.
Het was hard werken, tot 1996 met zijn vader, daarna alleen. Ook al liep het bedrijf goed, hij hield er niet veel geld aan over, of hij leed verlies. Daar kon hij weinig aan doen, hoe hard hij ook werkte. Zaken waar hij geen invloed op had, accepteerde hij. Zijn voldoening haalde hij uit de kwaliteit van zijn werk.
Om luxe gaf hij niet. Als hij een broek nodig had, kocht hij er meteen een paar zodat hij weer tijden vooruit kon. Een tractor had hij niet, ook al was dat iets waarmee boeren graag pronken. Als Ria vroeg of hij mee wilde naar een feest, zei hij: "Waarom zou ik, wie zit er nou op míj te wachten?". Hij zat liever te lezen, in de krant of een boek.
Het was een lange nacht geweest. Ze hadden de hele Oudejaarsnacht doorgehaald met andere jongeren. Zoals gebruikelijk in hun streek in de Achterhoek, trokken ze van het ene ouderlijk huis naar het andere en overal dronken ze een glas op het nieuwe jaar en op elkaar. Tegen zeven uur in de ochtend waren ze bij iedereen geweest. "Zal ik met je meelopen naar huis?", vroeg hij haar. Toen wist ze hoe laat het was. Toen was het aan tussen Jan Wevers (20) en Ria te Bokkel (18).
Ze kenden elkaar al van de lagere school en later van de havo in Aalten. Maar ze hadden nooit iets gehad tot die Oudejaarsnacht. Ze zouden elkaar alleen in de weekeinden kunnen zien. Ria moest terug naar haar verpleegstersopleiding in Apeldoorn, Jan moest werken op een varkensfokkerij bij Nijmegen. Daar had hij het niet zo naar zijn zin. In zijn kosthuis kreeg hij de hele week dezelfde soep te eten en op zijn werk deed iedereen of dat een negen-tot-vijfbaan was, ook zijn baas. Dat had hij thuis anders geleerd. Daar werkte je door tot de varkens je niet meer nodig hadden. De beesten bepaalden het leven, niet de klok.
Jan had zijn zinnen gezet op de overname van de boerderij even buiten Aalten die zijn grootvader in 1929 was begonnen. Zijn ouders hadden het bedrijf overgenomen en Jan wilde de derde generatie op de boerderij zijn. Daar voelden zijn ouders aanvankelijk niet voor. Jan was de slimste van hun drie zonen en twee dochters, en hij zou het verder kunnen schoppen. Zijn vader ging met hem een dag naar Dronten om hem te verleiden tot de hogere landbouwschool. Maar Jan vond de middelbare opleiding mooi genoeg. Zijn vader legde zich er bij neer als Jan ook nog een praktijkschool voor de varkenshouderij zou volgen en drie jaar zou werken op een fokbedrijf.
Toen Jan en Ria serieus verkering hadden, was het haar duidelijk. Jan wilde nog steeds de ouderlijke boerderij voortzetten. Hij was een volhouder.
In 1982 vormde hij een maatschap met zijn vader, in 1984 trouwde hij met Ria en ze betrokken een huis in de buurt. In de twaalf jaar dat ze daar woonden kwamen hun drie zonen ter wereld, Emiel, Jasper en Yannic. Toen Jan in de zaak kwam, werd het aantal varkens verdubbeld tot 250. Eerst hadden ze alleen zeugen om de biggen te verkopen, later hielden ze het nageslacht zelf als vleesvarkens.
Terwijl de ene na de andere boer in de omgeving het opgaf, bleef Jan uitbreiden. Hij moest wel, de markt dwong hem te groeien. Op het hoogtepunt in 2008 had hij 2000 varkens.
Het was hard werken, tot 1996 met zijn vader, daarna alleen. Ook al liep het bedrijf goed, hij hield er niet veel geld aan over, of hij leed verlies. Daar kon hij weinig aan doen, hoe hard hij ook werkte. Zaken waar hij geen invloed op had, accepteerde hij. Zijn voldoening haalde hij uit de kwaliteit van zijn werk.
Om luxe gaf hij niet. Als hij een broek nodig had, kocht hij er meteen een paar zodat hij weer tijden vooruit kon. Een tractor had hij niet, ook al was dat iets waarmee boeren graag pronken. Als Ria vroeg of hij mee wilde naar een feest, zei hij: "Waarom zou ik, wie zit er nou op míj te wachten?". Hij zat liever te lezen, in de krant of een boek.
Reizen aan de keukentafel
Verre reizen maakte hij
aan de keukentafel: in de atlas en in boeken volgde hij de vakanties van
vrienden en familieleden. Soms wist hij meer over een land dan de mensen die er
geweest waren.
Hij was geen prater, hij luisterde liever en stelde vragen. Dat deed hij ook met zijn kinderen. Met vragen leidde hij hen tot het inzicht wat de gevolgen konden zijn van hun daden. Verbieden deed hij niet.
Buiten gezin en bedrijf had hij niet veel. In zijn jonge jaren voetbalde hij op zaterdagmiddag. Na de wedstrijd moest hij altijd snel naar huis om de varkens te voeren. De 'derde helft' met een biertje miste hij.
Tussen de bedrijven door ging hij hardlopen. Dan genoot hij van het landschap waar hij zich thuisvoelde, met de boerenpercelen die beschut liggen tussen bosjes en houtwallen. Op een cursus Frans leerde hij een andere hardloper kennen en liet zich overhalen om in groepsverband te gaan lopen. Jan werd een fanatieke renner. Zijn clubgenoten leerden vooral zijn achterkant kennen, want hij liep meestal voorop in zijn karakteristieke huppelpas.
Twee keer had hij te kampen met een falende nier. Twintig jaar geleden gebeurde dat voor het eerst, kort voordat zijn vader zich terugtrok uit het bedrijf. Jan stond een jaar lang op een streng dieet met hoofdzakelijk rijst, daarna onderging hij buikspoelingen. Hij bleef doorwerken. In 1999 was zijn gezondheid zo verslechterd, dat transplantatie noodzakelijk was. Zijn vader stond een nier voor hem af. Jan herstelde snel en voelde zich beter dan hij zich kon kon herinneren; hij had zijn aftakeling niet echt gemerkt.
Hij ging weer hardlopen en deed in 2004 mee aan de marathon van Rotterdam. Zijn tijd was 3 uur, 3 minuten en 49 seconden. Zijn doel was om later dat jaar in Amsterdam binnen de drie uur te blijven. Tot zijn ongenoegen deed hij er 42 seconden langer over.
Inmiddels kreeg zijn bedrijf het moeilijk. Wetten en regels werden steeds strenger. De volle mestputten waren het grootste probleem. De afvoer kostte handenvol geld. Jan was lid geworden van een vereniging die van de mest biogas wilde maken. Maar nu, tien jaar later, is dat nog altijd niet gelukt. De overheid steunde het plan alleen in woorden, vond Jan, in de praktijk mocht er niets. Hij zag dat het op den duur mis zou gaan met zijn bedrijf en hij vond niet erg dat geen van zijn zonen ambitie had om de familietraditie voort te zetten.
Ria was ondertussen een eigen bedrijf begonnen, zorgboerderij 'De Ontmoeting'. Een van de varkens werd in de wei gelaten, en verder was er kleinvee en een moestuin voor de zorgklanten. Op de deel werd een kantine gebouwd, waar ze met slecht weer binnen bezig konden zijn.
Hij was geen prater, hij luisterde liever en stelde vragen. Dat deed hij ook met zijn kinderen. Met vragen leidde hij hen tot het inzicht wat de gevolgen konden zijn van hun daden. Verbieden deed hij niet.
Buiten gezin en bedrijf had hij niet veel. In zijn jonge jaren voetbalde hij op zaterdagmiddag. Na de wedstrijd moest hij altijd snel naar huis om de varkens te voeren. De 'derde helft' met een biertje miste hij.
Tussen de bedrijven door ging hij hardlopen. Dan genoot hij van het landschap waar hij zich thuisvoelde, met de boerenpercelen die beschut liggen tussen bosjes en houtwallen. Op een cursus Frans leerde hij een andere hardloper kennen en liet zich overhalen om in groepsverband te gaan lopen. Jan werd een fanatieke renner. Zijn clubgenoten leerden vooral zijn achterkant kennen, want hij liep meestal voorop in zijn karakteristieke huppelpas.
Twee keer had hij te kampen met een falende nier. Twintig jaar geleden gebeurde dat voor het eerst, kort voordat zijn vader zich terugtrok uit het bedrijf. Jan stond een jaar lang op een streng dieet met hoofdzakelijk rijst, daarna onderging hij buikspoelingen. Hij bleef doorwerken. In 1999 was zijn gezondheid zo verslechterd, dat transplantatie noodzakelijk was. Zijn vader stond een nier voor hem af. Jan herstelde snel en voelde zich beter dan hij zich kon kon herinneren; hij had zijn aftakeling niet echt gemerkt.
Hij ging weer hardlopen en deed in 2004 mee aan de marathon van Rotterdam. Zijn tijd was 3 uur, 3 minuten en 49 seconden. Zijn doel was om later dat jaar in Amsterdam binnen de drie uur te blijven. Tot zijn ongenoegen deed hij er 42 seconden langer over.
Inmiddels kreeg zijn bedrijf het moeilijk. Wetten en regels werden steeds strenger. De volle mestputten waren het grootste probleem. De afvoer kostte handenvol geld. Jan was lid geworden van een vereniging die van de mest biogas wilde maken. Maar nu, tien jaar later, is dat nog altijd niet gelukt. De overheid steunde het plan alleen in woorden, vond Jan, in de praktijk mocht er niets. Hij zag dat het op den duur mis zou gaan met zijn bedrijf en hij vond niet erg dat geen van zijn zonen ambitie had om de familietraditie voort te zetten.
Ria was ondertussen een eigen bedrijf begonnen, zorgboerderij 'De Ontmoeting'. Een van de varkens werd in de wei gelaten, en verder was er kleinvee en een moestuin voor de zorgklanten. Op de deel werd een kantine gebouwd, waar ze met slecht weer binnen bezig konden zijn.
Zijn vierde zoon
Jan bemoeide zich er
zakelijk niet mee, wel kwam hij graag 's morgens koffie drinken in de kantine.
Met de eerste deelnemer had hij een bijzondere band, Albert, een man met het
syndroom van Down, die hij als zijn vierde zoon ging zien. Ze hadden plezier
als ze samen stront schepten of varkens wasten.
De nierproblemen staken de kop weer op, en deze keer was het Ria die hem in 2008 een nier gaf. Opnieuw ging hij weer snel aan het werk. Met hardlopen moest hij weer van nul af aan beginnen. Vorig jaar liep hij de moeder van de marathons, die van Athene in 3 uur 28 minuten en 24 seconden; hij was negentiende in zijn leeftijdscategorie.
Dit jaar voelde hij zich niet fit. In maart liep hij nog een halve marathon in Venlo, later ging ook dat niet meer. Hij bleek slokdarmkanker te hebben. In juni werd duidelijk dat hij dat niet zou overleven. Zoals altijd legde hij zich neer bij het onvermijdelijke. Hij concentreerde zich op het heden. Hij hield zijn humor. Tegen Ria en de kinderen trok hij een vies gezicht. "Jullie stinken naar varkens", zei hij.
Jan zat op mooie dagen onder de fruitbomen te praten met mensen die afscheid kwamen nemen. Het bezoek was soms terneergeslagen, Jan niet. Ria had wel een briefje op de deur willen plakken met de boodschap 'Doe maar gewoon gezellig hoor'.
Jan genoot van zijn laatste weken. "Als ik had moeten stoppen met het bedrijf en in een rijtjeshuis had moeten wonen, dan was dat veel erger geweest."
Jan Bernard Wevers werd geboren op 18 februari 1959 in Winterswijk. Hij stierf op 14 augustus 2015 in Aalten.
Jan Wevers. Hij was geen prater. Hij luisterde liever en stelde vragen (bron: Dagblad Trouw 31 augustus 2015).
De nierproblemen staken de kop weer op, en deze keer was het Ria die hem in 2008 een nier gaf. Opnieuw ging hij weer snel aan het werk. Met hardlopen moest hij weer van nul af aan beginnen. Vorig jaar liep hij de moeder van de marathons, die van Athene in 3 uur 28 minuten en 24 seconden; hij was negentiende in zijn leeftijdscategorie.
Dit jaar voelde hij zich niet fit. In maart liep hij nog een halve marathon in Venlo, later ging ook dat niet meer. Hij bleek slokdarmkanker te hebben. In juni werd duidelijk dat hij dat niet zou overleven. Zoals altijd legde hij zich neer bij het onvermijdelijke. Hij concentreerde zich op het heden. Hij hield zijn humor. Tegen Ria en de kinderen trok hij een vies gezicht. "Jullie stinken naar varkens", zei hij.
Jan zat op mooie dagen onder de fruitbomen te praten met mensen die afscheid kwamen nemen. Het bezoek was soms terneergeslagen, Jan niet. Ria had wel een briefje op de deur willen plakken met de boodschap 'Doe maar gewoon gezellig hoor'.
Jan genoot van zijn laatste weken. "Als ik had moeten stoppen met het bedrijf en in een rijtjeshuis had moeten wonen, dan was dat veel erger geweest."
Jan Bernard Wevers werd geboren op 18 februari 1959 in Winterswijk. Hij stierf op 14 augustus 2015 in Aalten.
Jan Wevers. Hij was geen prater. Hij luisterde liever en stelde vragen (bron: Dagblad Trouw 31 augustus 2015).
Wanneer ken je iemand?
Aankondiging van de 1e Sommerlauf in Bocholt (D)
donderdag 13 augustus 2015
Column: Erwin’s zin en onzin - deel 94
| Eric Demkes: “Doelen stellen, dat is toch het belangrijkste.” |
Doelloos!
(Typisch
gevalletje van: ‘dit moet een grap zijn’)
Vlak voordat ik onderstaand stuk bij Geert op de post doe, kom ik aan de praat met Eric Demkes. We hebben het nog geen drie seconden over hardlopen en hij zegt: “Doelen stellen, dat is toch het belangrijkste.” Bedankt Eric……
Vlak voordat ik onderstaand stuk bij Geert op de post doe, kom ik aan de praat met Eric Demkes. We hebben het nog geen drie seconden over hardlopen en hij zegt: “Doelen stellen, dat is toch het belangrijkste.” Bedankt Eric……
De ‘hardloper’ die ik spreek weet precies wat die wil. De
één wil bij de Kramp Run zijn PR fors aanscherpen, de ander wil de Montferland
Run voor het eerst onder het uur lopen en weer een ander heeft een volledig
uitgestippelde ‘road to Rotterdam’. Alle
lopers in mijn omgeving hebben een doel. Ik niet. Ik doe maar wat. Af een toe
een vijf kilometer, dan weer een 600 metertje en als het even kan wil ik ook
nog ergens een meerkampje meepikken.
Het is eigenlijk altijd hetzelfde. In al die dertien jaar
dat ik aan atletiek doe is er één ding dat overeen komt: ik pruts maar wat aan.
Niet dat ik daar doodongelukkig van word, maar het schiet ook niet echt op.
Mijn records staan gevoelsmatig al een eeuwigheid en mijn manier van trainen
laat ook te wensen over. Wordt het voor mij nu ook tijd om doelen te stellen?
Ik ben bang dat ik er niet aan ontkom.
Maar goed, eerst maar eens kijken waar mijn interesses
liggen. Hoog- ver- en hink-stap-springen
blijven mooie onderdeel. Toch denk ik dat daar de meeste rek wel uit is. Plus
het feit dat mijn hamstrings de laatste jaren ernstig tegen beginnen te
stribbelen. Door deze springnummers gaat dus een dikke streep. Sprinten
misschien? Nee, weer die verrekte hamstrings die roet in het eten gooien.
Daarnaast spreekt het ‘machocultjuurtje’ mij totaal niet aan. En er is nóg een kleinigheidje:
ik ben zo traag als dikke stront in een trechter. Alle werponderdelen kunnen we
ook van de lijst schrappen, reden: desinteresse.
Oké, de atletiekonderdelen en de sprint laat ik links liggen. De marathon dan? Dit is in mijn ogen het absolute summum! 42 kilometer lang het gevecht tegen jezelf en de elementen. Prachtig. Maar die ellendig lange eenzame duurlopen van 27 of 33 kilometer houden me tegen. De halve marathon is ook grandioos, maar de halve van Amsterdam en Venlo zitten al vol. En laat ik nu eerlijk zijn, in Doetinchem staan drie man en twee verdwaalde koeien langs het parcours, dit is mij gewoon te min. Iemand met mijn staat van dienst verdient een groter publiek. Dan heb je in januari ook nog de halve van Egmond, maar dan is het veel te koud. Een 800 of 1500 meter misschien? Dit zijn –op papier – geweldige afstanden, echter verdraag ik de verzuring niet. Verzuren doet pijn en daar houd ik niet van. Dan heb je nog die twee ‘twijfel-afstanden’; de 5 en 10 kilometer. Die afstanden raken ook kant nog wal. “Niet te langzaam beginnen, maar ook zeker niet te snel”.” Zorg dat je wel iets overhoudt voor het laatste stuk.” Veel te veel gedoe als je het mij vraagt.
Oké, de atletiekonderdelen en de sprint laat ik links liggen. De marathon dan? Dit is in mijn ogen het absolute summum! 42 kilometer lang het gevecht tegen jezelf en de elementen. Prachtig. Maar die ellendig lange eenzame duurlopen van 27 of 33 kilometer houden me tegen. De halve marathon is ook grandioos, maar de halve van Amsterdam en Venlo zitten al vol. En laat ik nu eerlijk zijn, in Doetinchem staan drie man en twee verdwaalde koeien langs het parcours, dit is mij gewoon te min. Iemand met mijn staat van dienst verdient een groter publiek. Dan heb je in januari ook nog de halve van Egmond, maar dan is het veel te koud. Een 800 of 1500 meter misschien? Dit zijn –op papier – geweldige afstanden, echter verdraag ik de verzuring niet. Verzuren doet pijn en daar houd ik niet van. Dan heb je nog die twee ‘twijfel-afstanden’; de 5 en 10 kilometer. Die afstanden raken ook kant nog wal. “Niet te langzaam beginnen, maar ook zeker niet te snel”.” Zorg dat je wel iets overhoudt voor het laatste stuk.” Veel te veel gedoe als je het mij vraagt.
Zoals je ziet wordt het mij ook niet makkelijk gemaakt. Ik
heb na deze intensieve inventarisatie alleen nog maar meer respect voor mensen
met doelen als de Marathon van Berlijn of Rotterdam. Voor mezelf kan ik
eigenlijk maar één conclusie trekken: gewoon blijven aankloten en misschien –
als ik later groot ben – ligt er ook iets moois voor mij in het verschiet.
Abonneren op:
Posts (Atom)












